Om acht uur zouden we ontbijten. Dat was dan beneden, aan de straat, waar een paar tafeltjes stonden. Na uitstekend geslapen te hebben en geheel verfrist door een douche, vervoegden we ons dus bij de ingang van La Sarrasin buiten om de hoek. Niemand. Ik belde volgens de instructie op het raam aan. Nog niets. Het nummer gebeld dat erbij vermeld stond: buiten gebruik. Nog een ander nummer geprobeerd, dat op de deur geplakt was: Bingo. De dame van gisteren laten we haar Agnes noemen, aan de lijn, die zich duizend keer verontschuldigde en riep dat ze er ‘nu, echt nú’ aankwam. Dat klopte. Rood als een tomaat kwam ze de hoek omstuiven. Ze ging direct een van de tafels dekken voor ons, koffie zetten en dan zou ze naar de bakker om croissants te halen. Dat hoefde niet zeiden we, alleen baguette met boter en jam is ook prima. Ze was duidelijk in de war, had een heel verhaal over sleutels en buitengesloten worden. Intussen, en hier werd het wat vreemd, scharrelde er iemand anders in huis rond. Dat bleek de mysterieuze Monique te zijn, die ook niet meer op mijn mailtje met vermoedelijke aankomsttijd gereageerd had. Ze kwam naar buiten, zei geen boe of bah. Waarschijnlijk was ze wakker geworden van de deurbel. Met een kop koffie zat ze daar voor zich uit te staren, terwijl haar knechtje zich de benen uit het lijf rende om niet alleen ons, maar ook haar werkgever tevreden te stellen. Gisteren had ze gevraagd of we koude dan wel warme melk in de koffie wilden. Warme, natuurlijk. Voor de zekerheid zei ik het nog maar even. We kregen een kannetje koude. Er kwam een mandje met oud geroosterd brood op tafel, en een dienblaadje met drie potjes jam plus een volledig versuikerde honing van de Lidl. Op de valreep kregen we nog een glaasje sap, en op ons verzoek een kan koud water. Kortom, niet helemaal wat we verwacht hadden, al zeker niet na het lezen van alle reviews. Maakte ons niet zoveel uit verder, grote ontbijters zijn we toch niet. Monique intussen, zat als een standbeeld aan haar tafeltje achter ons.
Vlak voor we weggingen vroeg ik of ik even naar de wc kon hier beneden. Om nu opnieuw om te lopen en die drie hoge trappen op de klimmen, dat leek me overdreven. Agnes schrok zichtbaar. Ze legde haar vingers op haar lippen, keek binnen schichtig om zich heen, riep een paar maal ‘Monique?’. Maar die gaf geen sjoege. Ze had zich ongemerkt van buiten naar binnen verplaatst en was niet van plan zich nog te vertonen. Agnes wenkte mij, nog steeds een vinger tegen haar lippen, en we slopen het huis in naar de wc. Toen ik daar weer vandaan kwam botste ik, natuurlijk, tegen Monique op wier ogen mij bijkans verslonden.
Tijd om te vertrekken. We bedankten Agnes voor haar goede zorgen, ze deed werkelijk haar best, en reden naar Montbrunt-les-Bains, een dorp dat op een dik half uur rijden lag. Vrij vroeg arriveerden we dus op Camping le Pré des Arbres, een kleinschalig terrein en voormalig camping municipal. Die zijn eigenlijk altijd simpel maar goed. Ik had ze twee dagen eerder gemaild met de vraag of ze een goed beschaduwde plek voor ons hadden. We kwamen aan en werden verwelkomd door een allervriendelijkste mevrouw, waar ik letterlijk op neerkeek. Dat gebeurt niet zo vaak, dat iemand zoveel kleiner is dan ik. Maar ze nam ons mee naar een plek niet ver van de receptie. Het was een terrassencamping, en onze plek was ongeveer op de middelste laag. Alles erboven en eronder was, je voelt hem al aankomen, vergeven aan campers en caravans. Nog één strookje was voor tenten gereserveerd. De mevrouw zei het onomwonden: er viel gewoon meer aan te verdienen omdat er veel minder vierkante meters nodig waren. Je kon ze lekker dicht bij elkaar zetten. Je zag het overal gebeuren, vertelde ze. Nou, dat klopt. Ik las een tijdje geleden zelfs van een mooie grote Nederlandse camping waar ze de tenten definitief uitgebannen hadden. Veel lucratiever.
Goed, we moesten een tijdje wachten tot de vorige kampeerders het veld hadden geruimd, en daarna konden we aan de slag. We zagen direct dat we alleen de tent zelf op konden zetten, de plek was daar al ternauwernood groot genoeg voor. Maar ok, voor een paar nachten was dat geen drama. Erger was, maar toen stond hij al, dat we de deur niet uit konden zetten met de stokken en de lijnen die daarbij horen. Die lijnen kwamen namelijk over het pad, en iedereen die erlangs wilde moest bukken om eronderdoor te lopen (of springen, dat deed een enkeling). Een andere kampeerder kwam daar haar beklag over doen. We besloten niet te zeuren, haalden de stokken weg en rolden de deur gewoon op. Klaar. Toen bleek dat de auto er ook niet mocht staan, die moest op een terras eronder. Dat was wel even omlopen als je er iets uit nodig had. Nou ja. Maar, vanaf ongeveer één uur ’s middags, begon de zon te schijnen. In no time was het op onze plek zo heet dat het niet meer te doen was. We zochten een plekje aan het begin van het pad, waar wel schaduw was, maar dat was een plek voor kampeerbusjes. Ik besprak het met de mevrouw, ze liep direct mee en zag met eigen ogen dat dit niet volgens de afspraak was. ’s Avonds, toen de zon eindelijk weg was, werd het nog wat erger. We moesten toch al koken op de vierkante centimeter, en de mensen van de terrassen boven ons hadden ongefilterd zicht op ons handelen en onze spullen. Hetzelfde gold voor de mensen die langsliepen:'Hee, eten jullie geitenkaas?' Heel onvrij, en dan zeg ik het netjes. We hoefden niet heel lang na te denken: we gaan hier weg. We gaan naar een andere plek, waar we al eerder geweest zijn en die hier niet ver vandaan is.
Dit was onze dag niet. Net zoals die klas.
Alle onderstaande foto's zijn van Villes-sur-Auzon. Van de kampeerplek hebben we geen foto's gemaakt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!