donderdag 11 juni 2026

Dag 4 – dinsdag 9 juni: Stara Fuzina (Mostnica Gorge)

Wat laat je het eerste in de steek als je ouder wordt? Je evenwichtsorgaan. Wat moet je dan niet doen, als je daar last van hebt? Een kloof lopen, met klauteren over grote rotsblokken en enorme boomwortels langs steile afgronden met bovendien een flinke stijging. Wat deden wij? Juist.

Het was voor mij een vuurproef, populair ook wel personal challenge genoemd, de wandeling door de Mostnica kloof. Zou ik het kunnen? Een wandeling van bij elkaar zo’n 8 kilometer, met letterlijk nogal wat struikelblokken en andere uitdagingen? We kenden deze tocht goed, hadden hem in 2023 ook nog gelopen. Deze keer, voorzien van twee nieuwe heupen die het weliswaar goed deden maar ook hun beperkingen kenden in vooral het spier- en peesskelet eromheen, was voor mij echt een ultieme proeve van bekwaamheid. Ik wilde het zo graag nog kunnen allemaal. Dus togen we om een uur of één op pad vandaag, nadat het weer droog was geworden want de regen kwam ’s morgens nog met bakken uit de lucht.

Het mooie van deze wandeling is dat je hem gewoon vanuit ons huis kunt lopen. Zodra je het dorp uit bent kom je al op de route. Het eerste gedeelte, over een onverhard pad en later over grove kiezels, was makkelijk. Het was wel meteen aardig stijgen, maar dat kostte ons geen moeite. De temperatuur werkte mee, na de regen was het lekker opgefrist. We liepen in een flink tempo door tot het officiële startpunt. Dat is een kiosk waar je moet betalen, zoals voor alles hier. Gelukkig mochten we door voor het seniorentarief, en na betaling van €5 voor ons samen konden we de weg vervolgen. We liepen lekker door, en tot mijn verbazing had ik helemaal nergens last van. Pijn? Nee, nergens. Dat alleen al gaf zo’n goed gevoel. Gaandeweg werd het parcours wat zwaarder. Omdat het geregend had liep er hier en daar water over het pad, en wel zoveel dat je moest kiezen tussen natte voeten of van steen naar steen springen. Hier en daar was ook een glibberig bruggetje aangelegd, bestaande uit een paar planken naast elkaar. Goed, ook daar kwamen we overheen. Ik had wel mijn stokken mee, en die bleken ook nog eens uiterst handig als extra handje: Bert sprong eerst, nam mijn stokken aan en stak die vervolgens uit naar mij zodat ik ze vast kon pakken. Net dat steuntje dat ik nodig had om niet te vallen. Hier en daar moesten we ook over grotere rotsblokken klimmen. Allengs kwamen we hoger en hoger. Het werd al aardig zwaar, maar gelukkig hadden we al bedacht dat we het laatste stuk af zouden snijden om over de weg naar de berghut te lopen. We waren bij de laatste brug, vlakbij die doorsteek. Nog even doorzetten. Nou, vergeet het maar: afgesloten! Toen hadden we twee keuzes die allebei eigenlijk niet geschikt waren. Zelfde weg terug, maar dat zou een pittige afdaling worden, of doorgaan omhoog. Juist het lastigste en steilste stuk, met veel stenen en boomwortels, deels langs de afgrond. Eerder waren we al mensen tegengekomen, Nederlanders, die vroegen ‘weet u wel zeker dat u door wilt gaan? Het wordt alleen maar moeilijker!’ Met ware doodsverachting stortte ik me op het pad naar boven (dat klopt natuurlijk niet, storten doe je naar beneden). Mijn hoogtevrees hielp ook niet echt. Op handen en knieën lukte het me toch over de hoge rotsblokken te komen. Bert speelde een heldenrol in het verhaal, die trok me gewoon omhoog als dat nodig was. Voor hem was het ook heel zwaar omdat hij redelijk uit z’n evenwicht raakte, steeds als hij om moest draaien om mij te helpen. Achteraf was het niet echt verantwoord. Maar op een of andere manier, met af en toe lood in de schoenen, lukte het ons om de hut te bereiken. Halleluja.

We gooiden er flink veel vocht in en een stuk cheesecake met bosvruchten, en hadden direct al besloten over de verharde weg terug te lopen. Dat was na de inspanning van net ook nog best een zware tippel, waar bij het afdalen de knieën flink belast werden. Maar we deden het, met af en toe een rustpauze op een bankje. Om 17.50 liepen we het dorp weer binnen.

We waren zo kapot dat we met schoenen en al op het bed ploften. Daar bleven we een tijdje liggen, tot we honger kregen. Bij het meer, waar de avondzon het licht in plukjes verstrooide op het water en de omliggende bomen, kregen we een mooi plekje. We aten een pakje gesmolten cheddarkaas, gelardeerd met een half pakje boter en hier en daar een pluk tomatensaus. Dit alles op een iets wat een pizzabodem zou moeten zijn. Werkelijk niet te eten. Van eerdere bezoeken herinnerden we ons dat de pizza’s hier best ok waren, maar dit was ronduit smerig. Het ging dus niet op, zelfs niet voor de helft. Maar de koffie erna was lekker, de avond vredig en het lijf moe maar voldaan. We hadden ons evenwicht weer hervonden.














dinsdag 9 juni 2026

Dag 3 - maandag 8 juni: Stara Fuzina

 In een zeer traag tempo begonnen we aan de dag, nog redelijk gekraakt door de lange reis. Het loopje naar de Spar, drie minuten van ons vandaan, leverde lekkere croissantjes op en daarmee konden we wel weer even vooruit. Echt veel plannen hadden we niet vandaag. Bijkomen, beetje lezen, beetje schrijven. Niet echt spectaculair.

Om een uur of twee, lekker weer op het heetst van de dag zoals gewoonlijk, liepen we naar het meer. Beetje klimmen, beetje dalen. Normaal gesproken een wandeling van niks, maar voor mij na mijn twee heupoperaties toch wel even een dingetje, om het maar populair te zeggen. Na een half uurtje kwamen we bij de uitspanning aan het water, waar we al vele malen eerder gezeten hadden. Het grootste verschil: het was er nu behoorlijk druk. Zoals overal hier tegenwoordig. Gelukkig kwam er net een tafel vrij, met uitzicht op het meer, wij blij. Dat duurde echter niet lang, we mochten er alleen zitten als we ook wilden lunchen. Nou nee, dat was niet de bedoeling. Iets drinken kon alleen ergens achterin, een beetje weggestopt onder een overkapping. Dat deden we dus maar. Na de vochthuishouding weer op orde gebracht te hebben liepen we weer terug, langs het water waar het gezellig druk was. Slovenië heeft een flinke boost gekregen van het toerisme, dat is wel duidelijk. Niet alleen zijn de prijzen een stuk hoger, vergelijkbaar met Nederland, maar ook wordt er werkelijk overal ge- of verbouwd. Er wordt hier nu ook verhuurd via Booking.com, waar het eerder vanuit de communistische gedachte allemaal nog via het plaatselijke toeristenbureau verliep. Zo zijn wij hier dertig jaar geleden ook terechtgekomen.

’s Avonds kregen we een pannetje soep van Marija, en dat kwam goed uit want echt veel trek hadden we niet. Samen met het restant van de krentenbollen uit Nederland was het precies genoeg voor ons. We liepen nog even naar de snackbar voor een ijsje, maar helaas werd de ijsverkoop pas in juli gestart. Jammer! Dan maar een ijsje van de supermarkt die gelukkig nog open was. Beter iets dan niets.

Op onze veranda zaten we nog lang te lezen en te kletsen, met een glas wijn erbij. De zwaluwen vlogen af en aan tot het begon te schemeren. Voor ons was het een heerlijk rustige dag, precies wat we nodig hadden na twee lange reisdagen. En met 6 km in de benen toch ook weer wat actief. Een beetje saai, dit verhaal? Klopt. Maar het dekt wel de lading zoals ik aan het begin al schreef: weinig spectaculair.



Het nieuwste project van Joze: de veranda




maandag 8 juni 2026

Dag 2 - Zondag 7 juni: Königsberg – Stara Fuzina

‘Möchten Si Wurst und Käse?’ Wat een goede vraag! Meestal krijg je in Duitsland ongevraagd een bak vol spek, worst, kaas en smeerkaas bij het ontbijt, terwijl wij aan een broodje met een beetje boter en jam genoeg hebben. We konden dat nu tenminste aangeven. Er werd nog wel een kommetje versgesneden aardbeitjes gebracht, blijer kun je mij niet maken. Kortom, een geslaagde start van de dag.

Twee jaar geleden hadden we op dit traject heel veel vertraging gehad door werkzaamheden aan de Tauern Autobahn, en dan met name aan de tunnels, maar dat was voor het grootste deel nu afgerond dus we konden aardig doorrijden. En met de adaptieve cruise control in gebruik hoefde je eigenlijk alleen nog maar te sturen. Desondanks was het een lange rit, en we waren blij dat we na een uur of wat een stopplek vonden. Bij, jawel, McDonalds. Iets anders was er niet, en het was er dus smoordruk. Maar met de digitale bestelborden is het lange wachten verleden tijd, en voorzien van een grote bak koffie voor Bert en een eveneens grote beker milkshake voor mij konden we ons vermaken met alles en iedereen wat we langs zagen komen. Zo was er een grote scoutinggroep, allemaal in korte leren broeken gekleed. Het waren naar de letter dan wel Lederhosen, maar ze leken in niets op het gelijknamige kledingstuk dat bij de Oktoberfesten hoort. Ook werd er ontzettend veel gerookt, en in iets mindere mate gevapet. Maar ik zie dat bij ons ook weer veel meer, zeker bij de jongere generatie. Elke donderdag, als ik de school binnenloop waar ik vrijwilligerswerk doe, moet ik me door een massa paffende studenten heenwerken. Dr.Meinsma zou zich omdraaien in zijn graf.

Na ik-weet-niet-hoeveel-tunnels kwam als afsluiter de Karawanken tunnel, 8 kilometer lang. Gelukkig hebben we geen tunnelangst, anders hadden we deze reis sowieso beter niet kunnen doen. We reden Slovenië in en het voelde direct weer als thuiskomen. Marija en Jože konden ook hun geluk niet op, het werd weer een allerhartelijkst weerzien.

Nadat we onze spullen in het ons zo vertrouwde appartement hadden gezet konden we beneden het nieuwe project van Jože bewonderen. Een stuk asfalt, waar ze af en toe een auto op parkeerden, had een complete metamorfose ondergaan. Het was een gigantisch overdekt terras geworden. Het dak werd gedragen door enorme balken, en al het hout kwam van zijn eigen bomen. Schitterend. 
Terug in de woonkamer stond er in no time een maaltje voor onze neus van soep, sla uit de moestuin en rijkelijk aangemaakt met knoflook, stoofvlees en vers gebakken frietjes. Later liepen we nog naar hun moestuin, waar hij óók al bezig was geweest. Een tuinhuisje voorzien van bedden, koelkast, tafel en stoelen, met om de hoek een complete wc. Alles voorzien van zonnepanelen en een piepklein windmolentje op het dak. Net als de nieuwe veranda bij hun huis was ook hier alles van het hout uit eigen bos gemaakt. Hij had bepaald niet stilgezeten afgelopen jaren. Bedenk, de man is 80…maar dat is het nieuwe 70. Dat weten we langzamerhand wel.

Tijd om te gaan slapen. Het was wat je noemt een pittig dagje geweest. Morgenvroeg ga ik mijn vaste loopje naar de winkel maken, om iets voor het ontbijt te halen. Zónder worst en kaas, uiteraard.

Uitzicht vanaf onze veranda






                                                        

Dit is het origineel....

....en dit maakte onze schoonzoon ervan...met als bijschrift 'jullie zijn niet in Slovenië, jullie zijn in Friesland'...Help! AI neemt zelfs onze reis over! We weten niet zo goed wat we hier van moeten denken 😕maar vonden het ook wel weer grappig



Dag 1- Zaterdag 6 juni: Groningen - Königsberg (Beieren)

Een spraakbericht van Whatsapp, een week of wat geleden. Marija, uit Slovenië. Al was zij het niet zelf die ingesproken had, maar haar dochter. Tussen het geroezemoes door kon ik het nog net verstaan: ‘Hi Saskia, Vesna here! Yes, we all want stroop! One for my parents, one for me, one for…’ Onderbroken door Marija, die ook haar zegje deed: ‘No no, more please! We want more stroop! The yellow one is the best!’ Wij moesten heel hard lachen, en ik stuurde een berichtje terug: ‘Are you all drunk, or what???’

Het ging om appelstroop. Al jarenlang vragen ze ons om appelstroop mee te brengen, en twee jaar geleden deden we dat in ruime mate. Tien potten namen we mee, van alle merken en supermarkten die we vinden konden. Ze hadden dus hun keuze kunnen maken, en die viel op de Timson van AH.

Aldus gewapend met 6 blikken stroop in de bagage vertrokken we zaterdagochtend om 9 uur. Net daarvoor hadden we de kleinkinderen, nog allemaal in pyjama, hun zomervakantieboek kunnen brengen. Dat is langzamerhand traditie geworden, en in plaats van ‘voor je rappport’ hebben we er nu ‘voor de vakantie’ van gemaakt.

Over de rit zelf valt niet veel te vermelden. We stopten zoals gewoonlijk bij een Autohof om te tanken, en later nog een keer voor een bak koffie. Even dachten we toch in Amerika te zijn, het was een nieuwe keten genoemd Dizzy Miss Lizzy, of in elk geval zoiets. We werden bediend door een chinees meisje dat eruit zag als een pop uit een tekenfilm van The Sound of Music; een jurkje met ballonrok en polkastippen. Het was wachten tot ze, zoals een figuurtje op een speeldoosje, een rondje ging draaien. Alleraardigst.

Om 16.15 kwamen we aan in Königsberg, waar we al eerder geweest waren. Het leek weer alsof we een prentbriefkaart binnenreden. Het is een heel oud en goed gerestaureerd plaatsje waar alle huizen versierd zijn met klimrozen in alle mogelijke kleuren. Een feest om te zien. In de herberg was gelukkig ,plaats voor deze twee zwervers, en we kregen een keurige eenvoudige kamer op de eerste verdieping. Voor wie nog een restje laminaat heeft liggen hier een tip: bekleed je plafond ermee. Gladde vloeren vinden we altijd fijn maar dit hadden we nog niet eerder gezien. Het was even oefenen voor we er daadwerkelijk op konden lopen, maar de aanhouder wint. Op de vloer lag gewoon vloerbedekking. Tja, dat dan weer wel.


We maakten een rondje door het stadje, op zoek naar honing. Wat? Ja, honing. We weten niet alleen waar Abraham de mosterd haalt, maar ook waar je goede honing zoeken moet. Hier dus, op een stoepje, vonden we net als twee jaar geleden enkele potten bio-honing in een kratje staan. Eén potje was voor ons genoeg, en we betaalden door cash geld in het bijbehorende kistje te doen. Dat gewoon open was. Wat een vertrouwen hier nog in de mensheid

In het hotel was een besloten bijeenkomst aan de gang, een bruiloftsfeest. Tussen de gasten door maakten ze voor ons een tafeltje vrij op het terras zodat we onder het eten van het schouwspel konden genieten. Gratis entertainment.

We hadden de pijp wel uit, en er wachtte ons morgen weer een flinke rit, dus doken we er vroeg in. Morgen maar eens kijken of de familie in Slovenië de roes inmiddels uitgeslapen had.







Zoekt iemand nog een opknapper?



zondag 17 mei 2026

De inleiding.

Driemaal is scheepsrecht. Om dat waar te maken besloten we deze zomer opnieuw het – inmiddels vertrouwde – rondje te maken: via onze vrienden in Slovenië naar Italië en dan door naar Frankrijk. Dat vertrouwde is trouwens maar gedeeltelijk waar. Vanaf Venetië weten we niet hoe we verder trekken, dat beslissen we ter plekke. Dat is het fijne van reizen zonder reserveren. Hoewel, eerlijk is eerlijk, vanaf 5 juli hebben we een week gereserveerd bij camping La Sousta, bij Remoulin in de Gard. Je kunt daar ook prima op de bonnefooi heen, er is altijd plek, maar we wilden heel graag nu net die ene plek die meestal bezet is. Heel ruim, prachtig uitzicht en van niemand last. Dus hebben we, geheel tegen onze principes, dat toch maar vastgelegd. In de wetenschap dat we het altijd kunnen annuleren als het toch niet uitkomt.

We zijn langzamerhand op een leeftijd gekomen dat het altijd maar weer de vraag is of het gaat lukken, dat tentkamperen. Mensen kijken ons soms dan ook meewarig aan, alsof het een opgave voor ons is. Of omdat ze denken dat we het uitsluitend uit budgettaire overwegingen doen. Ze vinden het dan zielig voor ons. Nou, ik kan iedereen geruststellen: we willen gewoon niet anders! Zolang we het fysiek ook maar enigszins aankunnen zullen we er met de tent op uit trekken. En pas als dat echt niet meer lukt zullen we andere mogelijkheden onderzoeken.

Nu is het aan mij om jullie met onze avonturen mee te laten leven. Ik ga mijn best doen er weer iets moois van te maken.

We vertrekken 6 juni, dus de eerste berichten kun je een paar dagen later verwachten. Zoals altijd zal het ook nu niet lukken elke dag iets te posten, maar met enige regelmaat moet lukken.

We wensen iedereen vast een mooie zomer!