woensdag 1 juli 2026

Dag 24 – maandag 29 juni: La Roche-de-Rame

Vandaag ging het dan eindelijk gebeuren: met de lift omhoog de bergen in. We waren goed voorbereid, de rugzak was gevuld met flessen water en zonnebrandcrème. Onze fleecevesten konden er ook nog bij; zo konden we het wel een tijdje uithouden op 2400 m. Inmiddels kenden we de weg op ons duimpje, voor alle haarspeldbochten draaiden we onze hand niet meer om. Eenmaal boven aangekomen viel me iets op: de liften hingen stil aan hun kabels, ze gingen niet omhoog. Het zou toch niet…Jawel dus. Hoewel het zomerseizoen het weekend was geopend, waren de liften pas vanaf 4 juli dagelijks in bedrijf. Het kan verkeren.

Wat nu? We hadden alles in de omgeving nu wel verkend. Dan maar doorrijden naar Italië, naar het mondaine skioord Sestrière. De naam was ons bekend, maar we waren er nog nooit geweest en het leek een mooie tocht door de bergen. Dat klopte ook, het was een feest om daar te rijden. We stuitten op een klein, lieflijk dorpje Cesana geheten. Daar hebben we eerst wat rondgelopen, en toen wat gedronken bij een ontzettend leuk, klein tentje met uiterst vriendelijke bediening. Sestrière zelf was zoals verwacht, en dan nog erger. Wat een vreselijk oord. De architecten hadden zich in de strijd gegooid en bouwden nóg hoger, nóg lelijker, nóg patseriger. Nu, in de zinderende hitte van de zomer, was het er rustig. We zagen het een tijdje aan en reden toen dezelfde weg weer terug. Dat is vaak zo in de bergen, een rondje rijden zit er niet in. Er is eenvoudig geen doorgaande weg.

Terug op de camping wilden we eerst afrekenen. Guy, die Yves bleek te heten, liep met ons mee naar de kleine receptie waar nooit iemand zat. Hij haalde een klein kluisje onder de toonbank vandaan, daarin zat het pinapparaat alsmede een briefje met de pincode die hij nodig had om het apparaat gebruiksklaar te maken. De optelsom was gauw gemaakt, we hadden er 12 nachten gestaan. Hij toetste het bedrag in, en we haalden de pinpas erdoor heen. Niks. Alles opnieuw: aanmelden met code, bedrag intoetsen, ga je gang. Niks. Dit herhaalde zich tot drie keer toe. Met mijn pinpas dan? Ook niks. Dan maar contant. Dat konden we nog net redden, we hadden voor Duitsland en Slovenië gezorgd voor wat extra cash. Gelukkig werkte deze ouderwetse betaalmethode meteen prima. Nooit teveel op digitale communicatie vertrouwen blijkt maar weer. Het betere handwerk is soms onovertroffen.

Nu wachtte ons een volgende taak. De overzetzonnebrillen, die standaard in onze auto liggen, moesten opgestuurd naar Nederland. Een dag of wat geleden had onze schoonzoon gevraagd wat voor merk zonnebril Bert had. Nou, simpel, dat heeft hij niet. Die brillen hebben we namelijk in Amerika in de supermarkt gekocht en meegenomen naar huis, maar we gebruiken ze nooit. Of hij ze misschien mee mocht met vakantie? Ja, natuurlijk. Alleen zouden zij al weg zijn als wij terugkwamen. Dan maar de postduiven ingeschakeld. Dat was ook een film zeg. We moesten naar een dorpje een minuut of 20 verderop, daar zou La Poste open zijn. Hing er een briefje op de deur: dinsdagmiddag gesloten. Tuurlijk. Maar, bij nadere inspectie bleek dat om de Mairie te gaan, het gemeentehuis dus. La Poste was open, op de bovenste verdieping. Daar stond een dame die wat ouderwets oogde, maar misschien kwam dat ook doordat het kantoor meer de uitstraling had van een verstoft magazijn in de jaren dertig dan van een modern postkantoor. Een computer zagen we niet, wel heel veel papieren in stapeltjes. Laten we nu net zo’n papier nodig blijken te hebben. Ons pakje bestond uit een papieren zak van de Lidl waar we een halve rol Tesa-tape omheen hadden gedraaid. Het werd gewogen, 274 gram. Mooi. Vult u nu alstublieft even met de hand het hele formulier in? Ja hoor. In mijn redelijk onleesbare handschrift probeerde ik in de piepkleine vakjes alle gevraagde gegevens in te vullen. Ik begon al met ons huisadres in Nederland, maar dat kon natuurlijk niet. Opnieuw dus, met het adres van de camping. De dame-uit-de-vorige-eeuw was zo vriendelijk dat even op haar smartphone op te zoeken, dat kon dan weer wél digitaal. Uiteindelijk werd het papier, met dus in mijn krakkemikkige handschrift het adres in Nederland, op de Tesa-tape geplakt. Dat bleef natuurlijk niet goed zitten, dus plakte de dame de randen met gewoon plakband nog wat steviger vast. Wat ook niet goed p(l)akte. Even afrekenen graag: €15. Stuur je een brievenbuspakje, is dat nog veel duurder. Rare jongens, die Fransen. Of het ooit aankomt? De tijd zal het leren. Of het óp tijd is? Dat is nu de grote vraag.

Sculptuur bij Montgenèvre

Bloemen, altijd en overal bloemen












De kaasmakerij die we tussendoor nog bezochten
(en plunderden) in Guillestre