Update

Er is een update geplaatst: dag 29, 4 juli, ontbrak. Is nu alsnog toegevoegd

vrijdag 10 juli 2026

Dag 32 – dinsdag 7 juli: Salornay sur Guye – Groningen

De derde hittegolf in Frankrijk was een feit. De temperatuur zou snel oplopen naar 37 graden, dus het was vroeg opbreken geblazen. Afrekenen hadden we gisteravond al gedaan, voor deze twee nachten moesten we €32 aftikken. We hadden de tent vrij leeg gehouden, het meeste voor het gemak in de auto gelaten. Daardoor konden we snel doorpakken, en om 8.45 reden we weg. Mooi die hitte te snel af geweest.

Zonder koffie konden we de reis natuurlijk niet beginnen, en na een uurtje reden we een klein dorpje binnen waar zowel een kleine boulangerie was als een Tabac annex bar. We haalden twee pains au chocolat en twee quiches voor onderweg. Terwijl we die uitzochten viel mijn oog op een stapel meringues, zo groot als ik nog nooit had gezien. En aangezien Bert nogal behoorlijk verzot is op dat zoete schuim kon ik het niet laten er een voor hem te kopen. Met een beetje geluk mag ik er dan ook een kruimeltje van 😁. In de bar hadden de plaatselijke pensionado’s zich al verzameld voor een vroege pastis. Of een biertje. Of een glaasje wit. Allemaal doorleefde koppen, die het leven namen zoals het kwam en toevallig kwam het elke ochtend in de kroeg. Een zo op het oog evenoude hond liep er wat doelloos tussendoor. Hij mocht helaas niet meedelen in de alcoholische versnaperingen, en dat gaf hem een treurige aanblik. Het enige dat hem nog enige vrolijke uitstraling gaf was de rode zakdoek, die om zijn grijze oude nek was geknoopt.
Onze koffie was uitstekend. Zoals het hoort werd de melk eindeloos opgeschuimd met het stoompijpje, en dat is toch wel het allerlekkerst.

Om een uur of tien reden we weer verder. Een heel stuk binnendoor, tot we bij Chalôns-sur-Saône de snelweg opdraaiden. Het was bepaald niet druk, niet alleen weinig vrachtwagens maar ook zeer weinig vakantieverkeer. Dat scheelde enorm. Nu was het de cruise control aan en karren maar. Tot onze verbazing waren er ook geen wegwerkzaamheden. Dat maak je eigenlijk nooit mee, zeker niet in de zomer. Maar de enige vertraging die we daardoor hadden was in België, dat kostte iets van een kwartiertje extra reistijd. We zagen wel dat er de andere kant op veel opstoppingen waren, mensen waren zelfs uit de auto gestapt.

Het bleef zo rustig. We tankten in Luxemburg, weer de gewone SP95 – E10, want de betere E5 hadden ze niet. We deelden een van de quiches, die verrukkelijk was. Die van Albert Heijn kunnen er in de verste verte niet aan tippen. Om half vijf waren we vlakbij onze mogelijke overnachtingsplek, De Heerkuil in Sint Geertruid. Net over de Nederlandse grens. We hadden ons kleine Amerika-tentje, speciaal voor enkele overnachtingen meegenomen, al voor het grijpen gelegd zodat we niet eerst de hele auto hoefden leeg te halen. Maar. Half vijf? En dan hier overnachten? Over vier uur waren we thuis als we doorreden. We hoefden er niet eens over na te denken, we gingen dóór. Bij het eerstvolgende benzinestation haalden we een bakje koffie en, traditiegetrouw, een broodje kroket. Voor €15! Een kartonnen bekertje met iets dat op heel in de verte op koffie leek, en een meelbal die voor kroket door moest gaan met een slap, klef broodje. We dachten even terug aan gisteren, aan de toplunch die we voor €39 pp genuttigd hadden. Tja.

In Nederland was het, zoals gewoonlijk, drukker op de weg. Tot Zwolle ongeveer, toen werd het beter. Het laatste uurtje reden we in relatieve rust, en om 20.22 draaiden we het woonerf op. Thuis!



En dan meteen maar de nabeschouwing erachteraan.

Deze vakantie werd voor een groot deel bepaald door de extreme en langdurige hitte in heel Frankrijk. De eerste anderhalve week, in Slovenië en op La Serenissima bij Venetië, hadden we echter uitstekend weer. Gewoon van dat vakantieweer dat je zoekt, waar je blij en actief van wordt en niet lamlendig in een ligstoel hangt. Maar vanaf het moment dat we Frankrijk binnenreden moesten we ons aanpassen, en uiteindelijk ook ons plan veranderen. In plaats van een weekje in de Alpen werd het bijna anderhalve week. De laatste geplande week op  camping La Sousta in Remoulins hebben we geannuleerd wegens de nog verder oplopende temperaturen. En in de Drôme konden we alleen overleven door ook daar veel in de auto met airco rond te rijden. Want ook daar was het heet. Nog niet die 37 graden die het zou worden, maar zeker wel 35. En aangezien wij ook de jongsten niet meer zijn die er bovendien nooit goed tegen hebben gekund, pakte het ons flink aan. Maar met behulp van de koelhanddoeken, veel water, Powerade en in een enkel geval zelfs ORS is het toch gelukt niet om te vallen. Alleen eetlust hadden we niet. Wat dat aangaat waren we blij met de vele lunchmogelijkheden onderweg, zodat we ’s avonds niet meer na hoefden te denken over eten. Het enige wat we in de supermarkt gekocht hebben was wat fruit, een paar tomaten en een kleine courgette en kaasjes. Voor het ontbijt haalden we verse croissants, ook hadden we altijd zogenaamde Zweedse biscottes bij ons. Lekker knapperige toostjes die met wat boter mijn eigengemaakte jam erop een prima ontbijtje vormden.

Gemiddeld betaalden we €33 per nacht, dit is inclusief het hotel in Königsberg, de 5 nachten bij Marija (die we toch wel een vergoeding wilden geven voor het gebruik van het prachtige appartement), het hotel in Rivoli en de BnB La Sarrassin. Aan benzine waren we ongeveer €780 kwijt, we hebben bijna 5000km gereden. In Slovenië was de benzine met 1,45 het goedkoopst en in Frankrijk betaalden we om en nabij de €1,97 per liter. Dat was wel allemaal SP98 – E5. In Luxemburg was het €1,64 voor de gewone SP95 – E10.

Al met al kijken we weer terug op een prachtige reis, met vele nieuwe indrukken. Het Alpengebied was echt schitterend, dat hadden we nog niet eerder zo uitgebreid doorkruist. Dat was dan wel weer het voordeel van de hitte, we moesten wel rijden om af te koelen 😎

We hebben het kamperen zeker niet vaarwel gezegd, maar wat mij betreft moeten we, bij leven en welzijn, wel zoeken naar een manier om met lichter materiaal te reizen. We hebben thuis dezelfde tent als die we nu gebruikten, maar dan van technisch katoen/polyester. Die weegt nog geen 9 kilo, tegenover het huidige exemplaar van 23 kg. Dat maakt nogal verschil. Ook hoeven we dan geen groot onderzeil mee te nemen. Maar de luifel, waar we zo blij mee zijn, die past daar juist weer niet. Ach, we hebben nog tijd. En die tijd zal het ons wel leren.

Iedereen bedankt voor het meelezen, het is leuk om te horen dat jullie er plezier aan beleefd hebben. En wie weet, tot 2027!


O, nog een nagekomen cadeautje van de Franse overheid: een verkeersboete. Welgeteld 3 km te hard gereden. Kosten: €45. Meteen maar betaald 😁

De meringue. Met een waxinelichtje ervoor
om de afmetingen goed weer te geven😉

De tuin zag er ook naar uit om ons weer te zien


donderdag 9 juli 2026

Dag 31 – maandag 6 juli: Salornay s/ Guye

De laatste ochtend kampeerkoffie en een rustig ontbijt. Genieten van deze serene plek onder de bomen. Niemand om ons heen. Wat een pareltje is dit toch! We bleven lang zitten mijmeren, haast hadden we tenslotte niet. Ik schreef nog een stukje, Bert pakte zijn ereader, en zo hielden we het wel even vol.

Om half een stapten we in de auto om te gaan lunchen bij l’Embellie. Het was een kleine twintig minuten rijden, dus we waren er mooi op tijd. Niet dat het iets uitgemaakt had, er waren niet veel gasten. Hoe ze het voor elkaar hadden gekregen weten we niet, maar we zaten heerlijk koel onder de overkapping waar ook weer doeken onder hingen. Terwijl het kwik buiten alweer gestegen was tot ver boven de 30 graden.

Het was een sterrenrestaurant. Tenminste, dat vonden wij. Alles was zó tot in de puntjes verzorgd en opgemaakt, fantastisch. Het begon al met de amuses, en alles wat daarna kwam was ronduit spectaculair. Je kon het haast proeven door er alleen maar naar te kijken. We tafelden een paar uur en lieten ons de vertroeteling – van zowel het eten als van onszelf – lekker aanleunen. Het zelfgebakken brood, de bloemen die zoveel kleur gaven aan de gerechten, de wijn die natuurlijk top was (volgens Bert dan, ik hield het bij het rijkelijk geschonken ijswater). Het prijskaartje wat eraan hing? Daar kun je in Nederland nog niet eens voor terecht bij een middelmatig eetcafé. Wow.

Na deze culinaire afsluiting van de vakantie togen we naar Elise, de boerin die een paar kilometer verderop woonde. Altijd weer spannend tegenwoordig: hoe gaat het met haar, woont ze er nog wel? Is ze nog gezond? Maar we reden het erf op, en meteen zagen we haar tengere gestalte al achter het glas van de voordeur verschijnen. Vanwege de hitte hield ze die dicht tot we vlakbij waren, en toen hij eenmaal openging was het weerzien ontroerend. We omhelsden elkaar stevig, het was twee jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gesproken hadden.

In de vijftig jaar dat we elkaar kennen is er niets veranderd in dit huis, onderdeel van een enorme middeleeuwse boerderij. Nog steeds is er alleen de keuken waarin een tafel staat met zes rechte stoelen en een grote koelkast. Dat is het. Gekookt wordt hier niet, er is nog een klein keukentje naast, maar het wordt zo genoemd vanwege het grote oude fornuis dat in het midden staat. Vroeger was dat natuurlijk wel in gebruik, maar wij hebben dat nooit meegemaakt. Elise is nu 92, en oogt heel gezond. Ze eet goed en slaapt goed, vertelde ze. De moestuin is niet meer in gebruik, vorig jaar had ze welgeteld 5 tomaten en 3 courgettes, het was de moeite niet meer waard. Een heel leger van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen houdt haar goed in de gaten. Ze bellen elke dag of komen langs, zorgen voor het eten. Thuishulp heeft ze ook, 6 uur per week schoonmaak en de was. Drie maal per week komt er iemand langs om haar te helpen met alle andere persoonlijke handelingen. Dat is hier allemaal prima geregeld. Bij ons zou ze niet eens in aanmerking komen omdat ze nog behoorlijk zelfredzaam is. Ze is vooral bang om te vallen, maar zolang ze zich maar goed vasthoudt aan het touw dat naast het trapje naar buiten hangt lukt het allemaal wel.

Deze dame hield al het wereldgebeuren goed bij. Op een goed moment, nadat we hadden uitgewisseld hoe het met haar en ons nageslacht ging, vroeg ze wat we dachten van de klimaatverandering. En hoe we aankeken tegen de machtswellustelingen in de wereld (ik noem maar even geen namen). Ze gaf haar ongezouten mening en wist precies wat er overal speelde. Kortom, laat haar maar schuiven! Na een uurtje namen we hartelijk afscheid. Met uiteraard de toezegging om volgend jaar weer langs te komen, als we in de buurt zijn.

Nu nog de geitenkaasjes. Die haalden we maar gewoon in de supermarkt, daar leveren de plaatselijke boerenbedrijfjes ook aan. Bij de tent gingen ze meteen in de koelbox, we bewaren ze voor thuis . We hadden meer dan genoeg gegeten en lieten het vanavond bij een glaasje rosé (die trouwens bijna wit is). Tijd om de reis eens te bespreken. Konden we dit nog, dit kamperen? Oftewel, hadden we het er nog steeds voor over? Want het was af en toe best zwaar. Vooral het opzetten en afbreken van de redelijk zware tent kostte nogal wat energie. De uitkomst was niet verrassend. Een volmondig ja, van ons allebei.











maandag 6 juli 2026

Dag 30 – zondag 5 juli: Vaison-la-Romaine – Salorney-sur-Guye

Je zou wel een eitje kunnen bakken op de motorkap, zo warm was het vanochtend vroeg alweer. De koperen ploert deed goed zijn best. Waar we aan het begin van de lente zo verlangen naar de warmte van de ochtendzon, zo vervloeken we diezelfde zon nu op dit moment.

Zo snel als we konden braken we de tent af en stouwden de auto vol. Normaal gesproken komt er een moment dat we alles eruit halen om het opnieuw te ordenen, maar met deze hitte is het net als met de gisteren besproken chaos in de tent: laat maar waaien, daar gaan we geen energie in steken. Dus propten we alle hoeken en gaten vol met jassen, vesten, kussens en wat zich ook maar leende om gepropt te worden, en gooiden de overgebleven artikelen er los bovenop. Alleen voor de tent ging dat niet op, die moest echt op zijn vaste plekje op de achterbank. Zo, dat ging snel.

Om negen uur reden we weg, wel eerst even afgerekend nog natuurlijk. Om de kosten hoef je het hier niet te laten, we hadden voor €26 per nacht gestaan. Het was nog rustig in Vaison en we parkeerden de auto voor de deur van de brasserie waar we een simpel ontbijtje scoorden. Een half uurtje later waren we op weg naar de nieuwe stek. We hadden intussen een aantal scenario’s door ons hoofd laten gaan. Langzaamaan omhoog trekken, langs de kleine dorpjes van de Maas. Of wat langer in Salornay blijven, en daar rustigaan afkicken.

Aldus goed gewapend met verschillende plannen kwamen we aan op Camping Municipal Le Clochette in Salornay-sur-Guye. Dat ligt een kilometer of tien van Cluny, waar we zo’n kleine 50 jaar geleden onze eerste schreden zetten. Dat er daarna nog vele duizenden zouden volgen wisten we toen niet, maar nu is het voor ons een soort van thuiskomen. Ik heb er eerder over geschreven in het blog van 2021. Net als de vorige keer was het bijzonder rustig. Er stonden welgeteld 3 tenten/caravans. We zetten de tent neer op dezelfde plek als toen, bijna 100% schaduw en een lekker briesje. Alleen, het was ook híer ontzettend warm. En dat zou het voorlopig blijven ook, sterker nog, het zou erger worden. Tja. Op dat moment gooiden we alle scenario’s in de prullenbak. We gingen terug naar huis. Het was genoeg geweest.

In Cluny aten we op het gezellige terras van La Nation, in de hoofdstraat. Daar smeedden we het plan voor morgen. Tanken, geitenkaasjes halen (er gaat niets boven de Bourgondische). Een bezoek brengen aan onze goede vrienden Elise, vrouw van Antoine die helaas twee jaar geleden overleden is, en door ons allemaal ‘de boer en boerin’ genoemd. Wat hebben we daar geweldige jaren mee doorgebracht! We hadden geen idee hoe het haar ging, internet is voor haar een ver-van-mijn-bedshow, dus het enige contact wat we hebben is per kaartje of als we op bezoek gaan. En, als kers op de taart en afsluiting van deze vakantie: lunchen bij Auberge l’Embellie in Sainte Cécile. Dat is weer vlakbij Mazille, waar de boerin woont. We hebben er ooit eerder gegeten, ik denk zeker 30 jaar geleden, maar hij was steeds gesloten als we in de buurt waren. Nu was hij open, en we reserveerden voor morgen een tafeltje op het terras om 13.00u.

De dag erop, dinsdag, gaan we dan vroeg vertrekken. We zien wel hoever we komen, maar we kunnen altijd in Zuid Limburg overnachten op een van de kampeerterreinen van onze kampeerclub. Of we pakken een hotel, net hoe het uitkomt. In één keer doorrijden hebben we wel eens gedaan maar dat is eigenlijk te ver (dik 1000 km). Het gaat vaak zo bij ons: opeens is het klaar. En we zijn precies een maand onderweg, dus niets te klagen.

Intussen was het aardig afgekoeld, en nu een ei stukslaan op de motorkap betekende morgen zeker weten flink poetsen om het halfgestolde eiwit er weer af te krijgen. Op deze ultieme relatietest zitten we niet te wachten 😉







zondag 5 juli 2026

Dag 29 - zaterdag 4 juli: Vaison-la-Romaine


We weten inmiddels waar Abraham de mosterd haalt, maar weten jullie wel waar wij de knoflook halen? Lees vooral verder en doe er je voordeel mee.

Het is onze laatste dag hier. Morgen vertrekken we noordwaarts. Vandaag hebben we een doel: het dorpje Verclause. Dat ligt op ongeveer een uurtje rijden, en we maken er natuurlijk weer een mooie rit van. Dwars door het hogere gedeelte van de Drôme, over wat colletjes die vergeleken bij de hoge Alpen niets voorstellen maar toch echt hun eigen schoonheid hebben. Wat een feest om te zien. Het ene uitzicht nog mooier dan het andere. Onderweg werden overal abrikozen verkocht, het is de abrikozenstreek bij uitstek. Ze vallen bijna rechtstreeks in je mond als je langs zo’n boomgaard rijdt. En ze lijken in niets op de harde meelklompen die in Nederland onder die naam verkocht worden. De zon doet hier zo goed z’n werk dat de het vruchtvlees tot volledige rijping komt en voor een ware sap-explosie zorgt zodra je een hap neemt.

De eerste stop in Verclause was bij een diertje dat wij normaal gesproken graag handmatig verwijderen in de tuin, alleen had deze een ander uiterlijk. Hij was namelijk rood. Het was inmiddels lunchtijd, en we gingen iets eten bij De Rode Slak. Dat kenden we nog van een paar jaar geleden, toen we daar vlak boven gekampeerd hadden. Prachtig terrein, ontzettend groot, maar ook wel behoorlijk veel zon. Daarom hadden we dat nu links laten liggen. We hadden toen ook gegeten bij die slak, en vonden dat voor herhaling vatbaar. Helaas viel het deze keer behoorlijk tegen. Ten eerste moesten we erg lang wachten voor we bediend werden, ten tweede was het allemaal vrij smakeloos. De zoutpot moest eraan te pas komen, en dat hoort niet nodig te zijn. Mijn bord ging driekwart vol weer terug naar de keuken, Bert had zich er manmoedig doorheen gewerkt (vis en zwarte linguine) maar ook niet meer dan dat. Hier komen we niet meer terug.

Het tweede doel van vandaag: knoflook halen. Bij de Super U, vlakbij de slak, verkopen ze namelijk uitstekende bossen paarse knoflook voor slechts €10. Vorig jaar hadden we ook weer zo’n bos gehaald toen we er toevallig langsreden, en die heeft ons praktisch het hele jaar kunnen voorzien van dat onmisbare product. Het was natuurlijk een gok of het er nu ook zou liggen, vorig jaar was het september toen we er kwamen, maar er was een grote bak waarin we naar hartenlust uit konden zoeken. Missie geslaagd!

De weg terug namen we een andere route, en die was zo mogelijk nog mooier. Door de warmte hebben we weinig eetlust, maar dit namen we met volle teugen in. We volgden een stukje van de weg die Hannibal met zijn olifanten nam van Spanje door de Alpen op weg naar Rome. Moeilijk om je daar iets bij voor te stellen moet ik zeggen. Hij had behalve 37 olifanten ook iets van 40.000 infanteristen en iets van 9000 cavaleristen mee. Slechts één olifant overleefde, en slechts de helft van de manschappen. Er valt veel meer over te vertellen maar dat doe ik niet, alle informatie is uiteraard online te vinden.

Voor we naar de tent teruggingen wilden we nog even een stokbrood halen voor bij de kaas vanavond, en een ijsje eten. In Vaison, dachten we, maar toen we onderweg langs een boulangerie annex glacerie kwamen sloegen we drie vliegen in één klap. Brood, ijsjes (fait maison) én de hitte in Vaison vermijden. Bij ons traditionele glaasje/kaasje bespraken we de route voor morgen, en vooral wat de beste stopplek zou zijn. Al gauw kwam Salornay-sur-Guye bovendrijven, in de Bourgogne zo’n 10 km van Cluny. We waren er eerder, op deze camping Municipal. En waar andere municipals inmiddels overgenomen zijn door particuliere beheerders, was dit echt een gemeentelijke aangelegenheid. Een schitterend terrein, het onderste gedeelte dan, zeer schaduwrijk en uitermate rustig. Voor €16 per dag inclusief elektriciteit mocht je staan waar je maar wilde. Het was iets van 320 km rijden, goed te doen dus.

Beschermd door de knoflook, die boze geesten uitbant, gaven we ons over aan de laatste nacht op deze plek. Morgenochtend vroeg afbreken. Bedwelmd door de knoflooklucht.









Dag 28 – vrijdag 3 juli: Vaison-la-Romaine

Onze tent is een puinzooi. Dat is geheel tegen onze gewoonte in, alles heeft normaal gesproken een vaste plek. Maar nu, in die hitte? We smijten alles wat we niet meer nodig hebben gewoon naar binnen en vinden het later wel weer. Werkt ook prima, zo blijkt.

Die hitte, die gaat ons nu toch wel wat opbreken. We zijn al vanaf onze aankomst in Frankrijk bezig met het bestuderen van de meteo-app, om te zien waar we juist wél of níet moesten zijn. Ok, ik overdrijf een beetje, maar het speelt wel degelijk een rol allemaal. Vanmiddag sprak ik een van onze buren, die vertelde dat het vanaf maandag weer nog veel warmer werd. En dat gaf ons nét het zetje wat we nodig hadden: we annuleerden de reservering van camping La Sousta, in Remoulins. We hadden er erg naar uitgekeken, maar bij temperaturen die oplopen tot boven de 38 graden met een gevoelstemperatuur die daar nog ruim bovenuit komt wordt het ons te gek. Wat we in die omgeving altijd leuk vinden om te doen is steden bezoeken. Avignon, met z’n festival, Nîmes met z’n oude binnenstad. We waren van plan geweest om ook weer eens naar Arles te gaan, en niet te vergeten de fameuze zaterdagmarkt in Uzès te bezoeken. Maar juist in de steden is het extra heet, en dat trekken we gewoon niet meer. Kortom, knoop doorgehakt. Ik kreeg een mail terug van La Sousta, waarin ze begrip toonden voor de situatie en ons aanboden de betaling te laten staan voor volgend jaar. Dat aanbod hebben we natuurlijk aangenomen, en als we tegen die tijd nog steeds kamperen én de temperaturen zijn enigszins hanteerbaar maken we er alsnog graag gebruik van.

We maakten er een rustige dag van. Onze plek heeft de hele dag schaduw, we hoeven er onze stoelen niet eens voor te verplaatsen. Met een cooling towel om de nek was het goed te doen. In de loop van de middag reden we naar Vaison, om even de zinnen te verzetten. We vonden direct een parkeerplek, net als overal dit jaar is het ook hier erg rustig. Bij het Maison du Thé nam ik een smoothie die goed gevuld was en dus meteen als lunch fungeerde. Bert bestelde de pancakes met suiker. Wij vroegen om crêpes, maar werden meteen teruggefloten: nee nee, het ging om PANCAKES! Nou, dan verwacht je wel wat. Van onze Amerika-reizen kennen we het all-you-can-eat systeem, en verder dan twee ben ik nooit gekomen. Bert z’n taks ligt op drie stuks. Likkebaardend keek hij dan ook naar het bord dat de serveerster in haar hand had. Lunch, nietwaar? Wat voor hem neergezet werd overtrof zijn stoutste verwachtingen. In negatieve zin. Drie uit de kluiten gewassen POFFERTJES! Pasten met gemak in een holle kies. Kom Fransen, dat kunnen jullie toch echt wel beter….Om het goed te maken liepen we even later de hoofdstraat in om een paar ijsjes te halen. Ach, het was warm. Veel trek hadden we toch al niet. Dat ik daarna tegen een badjas aanliep die ‘echt, echt precies’ voor mij gemaakt was, dat was een niet voorzien cadeautje.

Onze buren, ontzettend aardige mensen, hebben een caravan met een enorme voortent die ze van allerlei feestverlichting hebben voorzien. Ook aan de overkant van het pad hebben ze vrolijke verlichting opgehangen. Tegen de caravan aan staat een mega koepeltent, daarin staat een kledingrek met voor elke dag een ander jurkje. Eigenlijk is het dus een kleerkasttent. Er is op hun plek werkelijk geen cm² meer over. Gisteravond werd duidelijk waar dit allemaal toe diende: het was feest. Ze hadden kennelijk iets te vieren. Er kwamen een man of 12 op bezoek en allemaal brachten ze iets te eten of te drinken mee. Het zag er heel gezellig uit. Helaas waren wij niet uitgenodigd, heel jammer, dus moesten we ons behelpen met een maaltijd in de bar. Daar aten we een werkelijk superieur gebakken entrecôte, met frites en sla die zo te zien net uit de grond kwam. In Nederland krijg je vaak een stuk vlees van zo’n 3cm dik, echt niet lekker, maar dit was precies zoals we het graag hadden. Bij terugkomst was het feest in volle gang, maar het stoorde ons in het geheel niet. Iedereen was vrolijk, het werd geen bralpartij en om exact middernacht was het weer stil. Tenminste, dat hoorden we de volgende dag van de buren. Wij lagen namelijk toen allang op één oor. (Iemand al eens geprobeerd op twéé oren te liggen?)

zaterdag 4 juli 2026

Dag 27 – donderdag 2 juli: Montbrun-les-Bains – Vaison-la-Romaine (camping Le Voconce)

De cicades zijn terug! Of beter gezegd, wij zijn terug. Terug in Mediterraan Frankrijk, waar het geluid van die onooglijke insecten alles overstemmend is. Veel mensen worden er knettergek van, wij vinden het heerlijk. Niets fijners dan een glaasje te drinken onder het luisteren naar het gelegenheidsconcert van Japie Krekel (hoewel ze in de verste verte geen familie van elkaar zijn).

Om iets over achten werd ik wakker. Dat is uitzonderlijk, ik ben meestal om half zeven wel uitgeslapen. Maar kennelijk had het hele gedoe gisteren toch meer van me gevraagd dan ik dacht. Gauw Bert maar wakker gemaakt, en zo snel als we konden braken we de hele boel weer af. De tent stond maar met 8 pennen vast, dus dat was zo gepiept. Afrekenen hoefde niet, we mochten zo wegrijden, als vergoeding voor de miscommunicatie. Netjes.

In het plaatsje Entrechaud dronken we een kop koffie, ik haalde croissants bij de bakker. Zo, ontbijt achter de kiezen. Er was daar ook een camping, les Trois Rivières, die wilden we graag bekijken. Ons doel vandaag was een andere, Le Voconce, waar we vorig jaar ook hadden gestaan, maar we wilden niets uitsluiten. Het was niet eenvoudig te vinden, en we reden ons bijna klem op een heel smal bosweggetje. Het ging allemaal net goed. We vonden het uiteindelijk, en een Nederlandse dame liet ons overal vrij rondkijken. Het was een ontzettend uitgestrekt terrein, in een bosachtige omgeving. Hele ruime plaatsen, geheel vrij, plek zat. Ik denk dat er 1/10 bezet was. Ook wel logisch, de warmte sloeg je in je gezicht zodra je de auto uitstapte. Het bleef er allemaal hangen, er was geen zuchtje wind. En, allemaal Nederlanders. We hoefden er niet over na te denken en reden spoorslags door naar Le Vocone. Daar was ook nog heel veel ruimte. We kozen plek 20 (vorig jaar stonden we op 18), maar op beide plekken sta je verkeerd als er noodweer is. Dat is nu totaal niet in beeld gelukkig, en al snel stond ons huis weer overeind.

Aan de bar namen we een koel drankje, dat is hier echt een plus. Allemaal Fransen, wel zo leuk. Eén dame stak de ene sigaret met de andere aan wat voor een stevig rookgordijn zorgde, maar dat verwaaide weer snel. Al met al voelden we ons weer helemaal thuis. Wat een verschil.

Uitzicht van Le Voconce


vrijdag 3 juli 2026

Dag 26 – woensdag 1 juli: Villes-sur-Auzon – Montbrun-les-Bains

Iedereen die in het voortgezet onderwijs werkt of gewerkt heeft weet het: elk jaar is er een klas waarmee het niet lekker loopt. In alle andere gaat het goed, kun je zowel veiligheid als een gezellige sfeer creëren, maar bij die ene is de chemie zodanig dat je werkelijk alle zeilen bij moet zetten om dat voor elkaar te krijgen. Met vakantie is het net zo; er is altijd een dag dat het niet meezit. Een van die onverklaarbare wetmatigheden waar je als mens mee te maken krijgt (let wel: dit is een luxe-probleem).

Om acht uur zouden we ontbijten. Dat was dan beneden, aan de straat, waar een paar tafeltjes stonden. Na uitstekend geslapen te hebben en geheel verfrist door een douche, vervoegden we ons dus bij de ingang van La Sarrasin buiten om de hoek. Niemand. Ik belde volgens de instructie op het raam aan. Nog niets. Het nummer gebeld dat erbij vermeld stond: buiten gebruik. Nog een ander nummer geprobeerd, dat op de deur geplakt was: Bingo. De dame van gisteren laten we haar Agnes noemen, aan de lijn, die zich duizend keer verontschuldigde en riep dat ze er ‘nu, echt nú’ aankwam. Dat klopte. Rood als een tomaat kwam ze de hoek omstuiven. Ze ging direct een van de tafels dekken voor ons, koffie zetten en dan zou ze naar de bakker om croissants te halen. Dat hoefde niet zeiden we, alleen baguette met boter en jam is ook prima. Ze was duidelijk in de war, had een heel verhaal over sleutels en buitengesloten worden. Intussen, en hier werd het wat vreemd, scharrelde er iemand anders in huis rond. Dat bleek de mysterieuze Monique te zijn, die ook niet meer op mijn mailtje met vermoedelijke aankomsttijd gereageerd had. Ze kwam naar buiten, zei geen boe of bah. Waarschijnlijk was ze wakker geworden van de deurbel. Met een kop koffie zat ze daar voor zich uit te staren, terwijl haar knechtje zich de benen uit het lijf rende om niet alleen ons, maar ook haar werkgever tevreden te stellen. Gisteren had ze gevraagd of we koude dan wel warme melk in de koffie wilden. Warme, natuurlijk. Voor de zekerheid zei ik het nog maar even. We kregen een kannetje koude. Er kwam een mandje met oud geroosterd brood op tafel, en een dienblaadje met drie potjes jam plus een volledig versuikerde honing van de Lidl. Op de valreep kregen we nog een glaasje sap, en op ons verzoek een kan koud water. Kortom, niet helemaal wat we verwacht hadden, al zeker niet na het lezen van alle reviews. Maakte ons niet zoveel uit verder, grote ontbijters zijn we toch niet. Monique intussen, zat als een standbeeld aan haar tafeltje achter ons.

Vlak voor we weggingen vroeg ik of ik even naar de wc kon hier beneden. Om nu opnieuw om te lopen en die drie hoge trappen op de klimmen, dat leek me overdreven. Agnes schrok zichtbaar. Ze legde haar vingers op haar lippen, keek binnen schichtig om zich heen, riep een paar maal ‘Monique?’. Maar die gaf geen sjoege. Ze had zich ongemerkt van buiten naar binnen verplaatst en was niet van plan zich nog te vertonen. Agnes wenkte mij, nog steeds een vinger tegen haar lippen, en we slopen het huis in naar de wc. Toen ik daar weer vandaan kwam botste ik, natuurlijk, tegen Monique op wier ogen mij bijkans verslonden.

Tijd om te vertrekken. We bedankten Agnes voor haar goede zorgen, ze deed werkelijk haar best, en reden naar Montbrun-les-Bains, een dorp dat op een dik half uur rijden lag. Vrij vroeg arriveerden we dus op Camping le Pré des Arbres, een kleinschalig terrein en voormalig camping municipal. Die zijn eigenlijk altijd simpel maar goed. Ik had ze twee dagen eerder gemaild met de vraag of ze een goed beschaduwde plek voor ons hadden. We kwamen aan en werden verwelkomd door een allervriendelijkste mevrouw, waar ik letterlijk op neerkeek. Dat gebeurt niet zo vaak, dat iemand zoveel kleiner is dan ik. Maar ze nam ons mee naar een plek niet ver van de receptie. Het was een terrassencamping, en onze plek was ongeveer op de middelste laag. Alles erboven en eronder was, je voelt hem al aankomen, vergeven aan campers en caravans. Nog één strookje was voor tenten gereserveerd. De mevrouw zei het onomwonden: er viel gewoon meer aan te verdienen omdat er veel minder vierkante meters nodig waren. Je kon ze lekker dicht bij elkaar zetten. Je zag het overal gebeuren, vertelde ze. Nou, dat klopt. Ik las een tijdje geleden zelfs van een mooie grote Nederlandse camping waar ze de tenten definitief uitgebannen hadden. Veel lucratiever.

Goed, we moesten een tijdje wachten tot de vorige kampeerders het veld hadden geruimd, en daarna konden we aan de slag. We zagen direct dat we alleen de tent zelf op konden zetten, de plek was daar al ternauwernood groot genoeg voor. Maar ok, voor een paar nachten was dat geen drama. Erger was, maar toen stond hij al, dat we de deur niet uit konden zetten met de stokken en de lijnen die daarbij horen. Die lijnen kwamen namelijk over het pad, en iedereen die erlangs wilde moest bukken om eronderdoor te lopen (of springen, dat deed een enkeling). Een andere kampeerder kwam daar haar beklag over doen. We besloten niet te zeuren, haalden de stokken weg en rolden de deur gewoon op. Klaar. Toen bleek dat de auto er ook niet mocht staan, die moest op een terras eronder. Dat was wel even omlopen als je er iets uit nodig had. Nou ja. Maar, vanaf ongeveer één uur ’s middags, begon de zon te schijnen. In no time was het op onze plek zo heet dat het niet meer te doen was. We zochten een plekje aan het begin van het pad, waar wel schaduw was, maar dat was een plek voor kampeerbusjes. Ik besprak het met de mevrouw, ze liep direct mee en zag met eigen ogen dat dit niet volgens de afspraak was. ’s Avonds, toen de zon eindelijk weg was, werd het nog wat erger. We moesten toch al koken op de vierkante centimeter, en de mensen van de terrassen boven ons hadden ongefilterd zicht op ons handelen en onze spullen. Hetzelfde gold voor de mensen die langsliepen:'Hee, eten jullie geitenkaas?' Heel onvrij, en dan zeg ik het netjes. We hoefden niet heel lang na te denken: we gaan hier weg. We gaan naar een andere plek, waar we al eerder geweest zijn en die hier niet ver vandaan is.

Dit was onze dag niet. Net zoals die klas.


Alle onderstaande foto's zijn van Villes-sur-Auzon. Van de kampeerplek hebben we geen foto's gemaakt.








dinsdag 30 juni 2026

Dag 25 – dinsdag 30 juni: La Roche-de-Rame – Villes sur Lauzon (Drôme)

We begonnen toch wat genoeg te krijgen van onze buurman. Elke keer als hij langs onze tent moest keek hij eens goed wat we aan het eten/doen/lezen waren. Hij bleef even staan, alsof hij wat wilde zeggen, aarzelde en liep drie passen verder. Om dan weer terug te lopen, aanstalten makend in gesprek te gaan, en daarna schielijk door te lopen. Op de hoek bedacht hij zich dan, en kwam nog even terug om een opmerking te maken. Die wij nooit verstonden. Soms tikte hij even op een van onze boeken die op tafel lagen, zo van ‘nou nou, dik boek zeg’ (het boek over de zijderoute). Of hij liep terug naar de caravan om de stapel kaarten uit de serie Carte Bleu te laten zien. Hij bedoelde het niet slecht hoor, maar we waren nu toch wel blij dat we vandaag gingen vertrekken.

Op een uurtje of drie rijden hadden we een Chambre d’Hôtes gereserveerd, La Sarrassin. Een gewoon doorsnee hotel was niet voorhanden, en dit zag er wel ok uit. We vertrokken uiteindelijk pas om half twee, nadat we eerst ons gewone ochtendprogramma hadden gevolgd en de periode hier afgesloten met een bak koffie op het terras van onze stamkroeg.

De tocht naar Villes -s-Lauzon was, na de eerste zestig saaie kilometers, een schoolvoorbeeld van wat ons zo aantrekt in Frankrijk. Het landschap wisselde in rap tempo van grote gebieden met kilometers aan fruitteelt, indrukkwekkende kloven als Gorges de Méouges naar eindeloze lavendelvelden, dan bosgebied en daarna de mooie heuvelachtige omgeving rond Sault. Met als klapper de Mont Ventoux. Want daar vlakbij lag ons onderkomen.

We hadden afgesproken er rond 17u te zijn, en precies om 17.08 reden we het plaatsje binnen. Het was intussen zeker 35 graden, als het niet meer was. Op het pleintje bij de kerk zagen we een lavendelblauw geschilderd pand met wat tafeltjes en stoeltjes buiten, dat het midden hield tussen een brocante en een terras van een café. Dat moest het zijn. We konden de auto ertegenover kwijt, en liepen ernaar toe. Uit een hoekje dook een dame op, sigaret in de ene hand en telefoon in de andere, die ons hartelijk verwelkomde. Ze had buiten op ons zitten wachten omdat een zekere Monique, die het eigenlijk beheerde afwezig was. Onze kamer was een paar straatjes, aan de achterkant van het pand. Het was een ontzettend oud gebouw, met stenen trappen en afgesleten treden. Indrukwekkend. Drie van die trappen moesten we op. Het pand behoorde met nog drie andere in de gemeente tot de oudste van de stad.

Onze kamer was aangenaam koel, niet door de dikke muren maar door de airco. Bij constante temperaturen dik boven de 36 graden is dat haast levensreddend. Alles was mediterraan blauw geschilderd, en de kast die los in de kamer stond was ‘oud’ gemaakt door slechts hier en daar een plukje verf achter te laten. Nepantiek, zeg maar. Twee wankele tafeltjes naast het bed maar met goede lampjes erop, ook blauw, completeerden het geheel. Alle vloeren in het pand waren nog voorzien van de kenmerkende oude rode plavuizen, dat was echt prachtig en ook heerlijk koel aan je voeten. Het sanitair niet alleen gloednieuw zo te zien, maar ook blinkend schoon. Extra lange bedden, goede matrassen, niets te klagen. We vroegen waar we wat konden eten, wat er open was vandaag, en de dame kwam meteen met een voorstel: aan de overkant van het plein. Ze bood aan te reserveren, leek ons prima.

Na een late siësta vervoegden we ons bij Bistro Canaille, we hadden wel trek. Het was nog steeds erg warm. Maar daar malen ze hier niet zo om, dus kregen we een tafeltje buiten (niemand zat binnen, daar was het nog warmer). Een fles met anderhalve liter koud water werd vlot voor ons neergezet. De menukaart was niet uitgebreid, enkele salades en enkele vlees/visgerechten. Hoe minder gerechten op de kaart, hoe beter hoorde ik ooit van een collega die lang in de horeca had gewerkt. We namen de faux filet met frites en salade, lekker traditioneel. Niet te veel, precies goed. Naast ons zat een groot mannengezelschap, zeer variërend in leeftijd en nationaliteit. Ik vroeg me af wat dat voor groep zou zijn, en Bert wist het meteen: wielrenners, voor de Mont Ventoux. Ach, natuurlijk. De berg der bergen in Frankrijk.

Aldus gevoed en lichtelijk beneveld, niet door de rosé maar door de hitte, liepen we terug naar de kamer. Tenminste, dat probeerden we. Zoveel straatjes die op elkaar lijken….Een mevrouw zag ons zoeken en vroeg ‘Zoeken jullie La Sarrassin? Ik heb al zoveel mensen de weg moeten wijzen!’ Ja, klopt, dank u wel. Omgeven door het koesterende blauw en het zacht zoemende geluid van de goed ingestelde airco dommelden we weg. Morgenochtend in elk geval geen buurman aan het ontbijt.





Uitzicht uit ons raam


maandag 29 juni 2026

Dag 24 – maandag 29 juni: La Roche-de-Rame

Vandaag ging het dan eindelijk gebeuren: met de lift omhoog de bergen in. We waren goed voorbereid, de rugzak was gevuld met flessen water en zonnebrandcrème. Onze fleecevesten konden er ook nog bij; zo konden we het wel een tijdje uithouden op 2400 m. Inmiddels kenden we de weg op ons duimpje, voor alle haarspeldbochten draaiden we onze hand niet meer om. Eenmaal boven aangekomen viel me iets op: de liften hingen stil aan hun kabels, ze gingen niet omhoog. Het zou toch niet…Jawel dus. Hoewel het zomerseizoen het weekend was geopend, waren de liften pas vanaf 4 juli dagelijks in bedrijf. Het kan verkeren.

Wat nu? We hadden alles in de omgeving nu wel verkend. Dan maar doorrijden naar Italië, naar het mondaine skioord Sestrière. De naam was ons bekend, maar we waren er nog nooit geweest en het leek een mooie tocht door de bergen. Dat klopte ook, het was een feest om daar te rijden. We stuitten op een klein, lieflijk dorpje Cesana geheten. Daar hebben we eerst wat rondgelopen, en toen wat gedronken bij een ontzettend leuk, klein tentje met uiterst vriendelijke bediening. Sestrière zelf was zoals verwacht, en dan nog erger. Wat een vreselijk oord. De architecten hadden zich in de strijd gegooid en bouwden nóg hoger, nóg lelijker, nóg patseriger. Nu, in de zinderende hitte van de zomer, was het er rustig. We zagen het een tijdje aan en reden toen dezelfde weg weer terug. Dat is vaak zo in de bergen, een rondje rijden zit er niet in. Er is eenvoudig geen doorgaande weg.

Terug op de camping wilden we eerst afrekenen. Guy, die Yves bleek te heten, liep met ons mee naar de kleine receptie waar nooit iemand zat. Hij haalde een klein kluisje onder de toonbank vandaan, daarin zat het pinapparaat alsmede een briefje met de pincode die hij nodig had om het apparaat gebruiksklaar te maken. De optelsom was gauw gemaakt, we hadden er 12 nachten gestaan. Hij toetste het bedrag in, en we haalden de pinpas erdoor heen. Niks. Alles opnieuw: aanmelden met code, bedrag intoetsen, ga je gang. Niks. Dit herhaalde zich tot drie keer toe. Met mijn pinpas dan? Ook niks. Dan maar contant. Dat konden we nog net redden, we hadden voor Duitsland en Slovenië gezorgd voor wat extra cash. Gelukkig werkte deze ouderwetse betaalmethode meteen prima. Nooit teveel op digitale communicatie vertrouwen blijkt maar weer. Het betere handwerk is soms onovertroffen.

Nu wachtte ons een volgende taak. De overzetzonnebrillen, die standaard in onze auto liggen, moesten opgestuurd naar Nederland. Een dag of wat geleden had onze schoonzoon gevraagd wat voor merk zonnebril Bert had. Nou, simpel, dat heeft hij niet. Die brillen hebben we namelijk in Amerika in de supermarkt gekocht en meegenomen naar huis, maar we gebruiken ze nooit. Of hij ze misschien mee mocht met vakantie? Ja, natuurlijk. Alleen zouden zij al weg zijn als wij terugkwamen. Dan maar de postduiven ingeschakeld. Dat was ook een film zeg. We moesten naar een dorpje een minuut of 20 verderop, daar zou La Poste open zijn. Hing er een briefje op de deur: dinsdagmiddag gesloten. Tuurlijk. Maar, bij nadere inspectie bleek dat om de Mairie te gaan, het gemeentehuis dus. La Poste was open, op de bovenste verdieping. Daar stond een dame die wat ouderwets oogde, maar misschien kwam dat ook doordat het kantoor meer de uitstraling had van een verstoft magazijn in de jaren dertig dan van een modern postkantoor. Een computer zagen we niet, wel heel veel papieren in stapeltjes. Laten we nu net zo’n papier nodig blijken te hebben. Ons pakje bestond uit een papieren zak van de Lidl waar we een halve rol Tesa-tape omheen hadden gedraaid. Het werd gewogen, 274 gram. Mooi. Vult u nu alstublieft even met de hand het hele formulier in? Ja hoor. In mijn redelijk onleesbare handschrift probeerde ik in de piepkleine vakjes alle gevraagde gegevens in te vullen. Ik begon al met ons huisadres in Nederland, maar dat kon natuurlijk niet. Opnieuw dus, met het adres van de camping. De dame-uit-de-vorige-eeuw was zo vriendelijk dat even op haar smartphone op te zoeken, dat kon dan weer wél digitaal. Uiteindelijk werd het papier, met dus in mijn krakkemikkige handschrift het adres in Nederland, op de Tesa-tape geplakt. Dat bleef natuurlijk niet goed zitten, dus plakte de dame de randen met gewoon plakband nog wat steviger vast. Wat ook niet goed p(l)akte. Even afrekenen graag: €15. Stuur je een brievenbuspakje, is dat nog veel duurder. Rare jongens, die Fransen. Of het ooit aankomt? De tijd zal het leren. Of het óp tijd is? Dat is nu de grote vraag.

Sculptuur bij Montgenèvre

Bloemen, altijd en overal bloemen












De kaasmakerij die we tussendoor nog bezochten
(en plunderden) in Guillestre









Dag 23 – zondag 28 juni: La Roche-de-Rame

Onze buurman, die volgens Bert 100 jaar oud is, is een kaartenfanaat. Dat wil zeggen, hij is gek van wandelkaarten. Al de eerste dag dat wij hier stonden kwam hij aan met een kaart uit de Serie Bleu, onbetwist de beste wandelkaarten van het IGN (Istitute Geographique National), waarop hij ons o.a. de wandelroute in Montgenèvre aanwees. Ook kwam hij direct met een boekwerk over de restanten van de loopgraven in WO II, waarin hij ons liet zien waar we die konden vinden als we met de lift naar boven zouden gaan. Hoewel we hem zeer slecht verstonden, hij spreekt nogal binnensmonds, knikten we vol belangstelling. Bert vroeg of hij beroepsmatig zo geïnteresseerd was, maar hij was elektrotechnisch ingenieur geweest dus het was pure hobby. Elke volgende dag kwam hij opnieuw met zijn verzameling wandelkaarten onder de arm en het boek opengeslagen op dezelfde bladzij. Als ik liet vallen dat er ergens een bergmeer was ging hij onmiddellijk op zoek naar een meertje waar wij heen zouden kunnen lopen. Terwijl dat helemaal niet onze bedoeling was. Als hij zag dat we zelf een routekaart op tafel hadden kwam hij er meteen bij om te vragen of we het wel konden vinden. En dan vertelde hij weer over die loopgraven. Zijn vrouw, we denken ongeveer 40 jaar jonger (dit is een familiegrap), laat hem maar een beetje begaan. Maar hoe dan ook, ze maken wel elke dag stevige bergwandelingen en kennen de omgeving op hun duimpje.

Wij weten hier zo langzamerhand ook de weg wel te vinden. Na elf dagen hebben de meeste routes geen geheimen meer voor ons. Vandaag, zondag, zochten we eigenlijk alleen maar iets uit om in de airco te kunnen zitten, want het was snoeiheet en bovendien erg vochtig. Niet lekker. We besloten maar weer een bekende bergpas te rijden, en dan iets verder dan we eerder gedaan hadden. Alles om koel te blijven nietwaar? Eerst deden we nog een paar boodschappen bij de Intermarché, waar we voor de zoveelste keer getuige waren van de knulligheid bij de kassa. Er werden cheques uitgeschreven (wat is dat ook weer??); iets klopte niet en de manager moest erbij komen, helaas bleek die al te zijn vertrokken; iemand wist zijn pincode niet meer en zocht in al zijn zakken naar contant geld. Gaf niks, we hebben vakantie en dus tijd genoeg, nietwaar? Nou ja, misschien werden we er een kléin beetje iebel van. Of misschien ook wel ietsje meer. Of heel veel meer.

We gooiden de tank nog even vol. We tanken hier SP 98 – E5, beter voor onze motor. In Nederland is het prijsverschil tussen E10 en E5 ongeveer 40ct, hier maximaal 5ct. Dat scheelt nogal.

Hoewel we de route al eerder gereden hadden was het toch weer de moeite waard. Ander licht, ander tijdstip, dat maakt veel uit. Bij het plaatsje Vars zagen we een aardig terras, een goede plek om te lunchen. Een auberge met een kleine kaart. Salades, een burger, iets met kalfsvlees, dat was het wel. In die hitte heb je al haast geen trek, dus namen we allebei een salade met (vegetariërs: met ogen dicht nu even een paar regels naar beneden scrollen!) kippenhartjes, confit de canard, roquefort, walnoten, croûtons met knoflook en nog zo wat andere ingrediënten. We overwogen nog even te delen, maar ach, een salade moet je wel alleen opkunnen, toch? We schrokken ons een hoedje toen de borden gebracht werden. Allemachtig. Wat je noemt een goed gevulde salade. Genoeg voor een heel dorp. Manmoedig begonnen we het beetje bij beetje weg te werken. Toegegeven, het was heerlijk. Maar zóveel…Uiteindelijk zijn we een heel eind gekomen, helemaal op ging het echter niet. Hierna hadden we eigenlijk helemaal geen zin meer om nog verder te rijden. Gewoon maar terug leek ons een beter plan. We probeerden nog een onverharde binnenweg, maar voorzagen problemen als vastlopen in alle troep die met het smeltwater mee van de bergen was gekomen. Toch maar weer de gewone route genomen dus.

Intussen hadden we de beslissing genomen hier overmorgen weg te gaan. De temperaturen zijn zich in Frankrijk aardig aan het herstellen, en we zijn echt toe aan iets nieuws. Het doel is deze keer de Drôme, dat is hier maar een paar uurtjes vandaan. We zijn er vaker geweest maar hebben nu weer een andere plek uitgezocht. Omdat we een beetje meer rekening proberen te houden met de hitte in combinatie met onze leeftijd – ja ja – nemen we de eerste nacht een hotel. Dat geeft ons de ruimte eerst te ontbijten en dan in alle rust de tent af te breken. Als alles weer in de auto zitten kachelen we rustig aan zuidwaarts. Dan een nachtje bijkomen in een kamer met airco, en de dag erop naar de camping rijden om alles weer op ons gemak op te zetten. We leren het wel.

De salade. Hij ziet er hier best
bescheiden uit, maar het bord had een doorsnee van zeker 35 cm

Ze hadden een leuk peper-en-zoutstel gemaakt,
van hele kleine jampotjes


zondag 28 juni 2026

Dag 22 – zaterdag 27 juni: La Roche-de-Rame

Kennen jullie madame Carle? Nee? Nou, wij hebben haar ontmoet vandaag.

De enige vallei die we nog niet verkend hadden hier in de buurt, was die naar Vallouise. Alle andere, zowel door de Queyras als door de Écrins, hadden we nu wel gehad. Deze ontbrak nog, en daar gingen we nu verandering in brengen. Het was een flinke klim, al met al. Gelukkig deed de auto het meeste werk voor ons, we moesten er niet aan denken zelf in deze temperaturen de wandelschoenen aan te trekken. Het eerste stuk vonden we niet heel bijzonder. Vallouise zelf is in de winter een grote trekpleister voor alles wat zich op de lange latten voortbeweegt, maar deed ook nu nog een flinke duit in het zakje als het om wandelaars en klimmers ging. Overal kon je klimmaterialen kopen, complete wandeluitrustingen aanschaffen of gewoon een vergeten tube zonnecrème afrekenen.

Dat waren we allemaal niet van plan, dus reden we door. Tot we opeens een heel groot beeld zagen van een dame op een paard, geheel geconstrueerd uit gekleurde plaatjes hout. Mme Carle, stond erbij. Nu hadden we op de kaart al gezien dat het eindpunt van deze trip ‘le Pré du Mme Carle’ heette, dus werden we wel nieuwsgierig. Onderweg werd het mooier en mooier. In het plaatsje Ailefroide zagen we een camping die ons erg deed denken aan de campgrounds in de Nationale Parken in Amerika. Overal in het bos, ook aan de andere kant van de weg, stonden tentjes, veel kleine en enkele grotere. Af en toe ook een verdwaalde caravan of camper, maar die waren hier ruimschoots in de minderheid. Het oogde allemaal heel ontspannen en gezellig. Als je van pittige wandelingen houdt ben je hier beslist op de goede plek!

Hoe verder we omhoog reden, hoe slechter de weg werd. Er was afgelopen voorjaar heel veel smeltwater naar beneden gekomen en dat had nogal wat rotzooi meegesleurd. Af en toe was er zelfs een stuk weg weggeslagen. Maar stapvoets rijdend kwamen we er goed doorheen. En langzamerhand ontvouwde zich voor onze ogen een berggebied, zo indrukwekkend mooi. Wat voel je je als mens dan nietig. Natuurlijk stapten we regelmatig uit om het in ons op te nemen en wat foto’s te maken. Aan het eind, toen we niet verder konden, waren we aangeland bij de Pré van Mme Carle. En het was echt een grote groene grasvlakte, met hier en daar wat bomen. Overal zaten mensen te picknicken of bij te komen van de zojuist gepleegde inspanningen. Want het waren voornamelijk klimmers (m/v), met grote bundels touwen om hun schouder en hun gordels vol met andere klimmaterialen. Het vormde een bijzonder contrast met de bergen om ons heen. Zo majestueus, zo grimmig, en dan dat lieflijke tafereel in de weide. We keken onze ogen uit, kregen er geen genoeg van. Op een goed moment begonnen we echter wat trek te krijgen, dus daalden we weer af naar de bewoonde wereld.

Bij een bakkertje zochten we twee sandwiches uit, hier bestaande uit een half stokbrood met iets ertussen. De dame achter de toonbank had duidelijk haar dag niet, heel verontwaardigd beet ze me toe ‘ik versta u niet’. Ok, doen we het nog een keer. Met een gezicht als een oorwurm pakte ze onze bestelling in. Buiten zochten we een plekje in de schaduw. De blikjes drinken waren zonder bekertje geleverd, die ging ik dus nog even halen. Hoewel, laat het even maar weg. Voor mij was een meneer aan de beurt die taarten in soorten en maten aan het bestellen was. Het duurde eindeloos en ik kwam er niet tussen. Toen ik dacht dat hij eindelijk klaar was bedacht hij zich, en moesten er nóg zeven gebakjes bij. Hij moest €70 aftikken. Maar dan heb je hier ook wel wat, heel wat anders dan in Nederland waar je nauwelijks meer banketbakkers hebt. Goed, ik zag mijn kans schoon en vroeg m’n bekertjes. ‘Je had wel even tussendoor gemogen hoor’, zei de meneer. Ja, vast.

De sandwiches waren eigenlijk niet te eten. Het brood was zo keihard dat je tanden al afbraken als je ernaar keek. We haalden dus de bovenkant er maar af en aten alleen de onderste helft. Dat ging beter.

Op de weg terug maakten we een ommetje over de Puy St Vincent, maar na al die geweldenaren van bergen stelde dat niet meer zoveel voor. Daarna kochten we nog iets om de pastasaus mee aan te vullen, wisselden de gaspot om (hier €30, in NL €40) en reden naar de tent.

Het was nog steeds warm. De cooling towels die we ooit in Amerika hadden gekocht deden goede dienst. Het is een soort zeem die je kletsnat maakt en om je nek en schouders legt. Het vocht trekt niet in je kleren maar door de verdamping houdt het je urenlang koel. In Nederland worden ze o.a. bij het Kruidvat verkocht, ik denk als seizoensartikel. Vroeger gebruikten we een handdoek die we nat maakten, werkte ook maar dit vinden we veel fijner.

We kookten ons maaltje, en terwijl ik nog even naar de wc ging goot Bert de spaghetti af. Met het deksel schuin op de pan, zoals hij altijd doet. Helaas belandde de pasta in de sloot en Bert vloog erachteraan😄Ach, gewoon nieuwe gemaakt en toen maar het vergiet gebruikt in plaats van de deksel.

Nu is natuurlijk de grote vraag wie die Mme Carle eigenlijk was. Nou, het is een mythe, maar het verhaal gaat dat haar jaloerse echtgenoot haar in de 16e eeuw op de nu gelijknamige wei heeft achtergelaten. Waarna niemand ooit meer van haar gehoord heeft. Behalve wij dan, en nu jullie ook.



Mme Carle


Een andere madame


















De wei waarin de edele dame aan haar lot werd overgelaten.




Dit is de trouwjurk van Mme Carle. Vinden jullie niet?