Zo snel als we konden braken we de tent af en stouwden de auto vol. Normaal gesproken komt er een moment dat we alles eruit halen om het opnieuw te ordenen, maar met deze hitte is het net als met de gisteren besproken chaos in de tent: laat maar waaien, daar gaan we geen energie in steken. Dus propten we alle hoeken en gaten vol met jassen, vesten, kussens en wat zich ook maar leende om gepropt te worden, en gooiden de overgebleven artikelen er los bovenop. Alleen voor de tent ging dat niet op, die moest echt op zijn vaste plekje op de achterbank. Zo, dat ging snel.
Om negen uur reden we weg, wel eerst even afgerekend nog natuurlijk. Om de kosten hoef je het hier niet te laten, we hadden voor €26 per nacht gestaan. Het was nog rustig in Vaison en we parkeerden de auto voor de deur van de brasserie waar we een simpel ontbijtje scoorden. Een half uurtje later waren we op weg naar de nieuwe stek. We hadden intussen een aantal scenario’s door ons hoofd laten gaan. Langzaamaan omhoog trekken, langs de kleine dorpjes van de Maas. Of wat langer in Salornay blijven, en daar rustigaan afkicken.
Aldus goed gewapend met verschillende plannen kwamen we aan op Camping Municipal Le Clochette in Salornay-sur-Guye. Dat ligt een kilometer of tien van Cluny, waar we zo’n kleine 50 jaar geleden onze eerste schreden zetten. Dat er daarna nog vele duizenden zouden volgen wisten we toen niet, maar nu is het voor ons een soort van thuiskomen. Ik heb er eerder over geschreven in het blog van 2021. Net als de vorige keer was het bijzonder rustig. Er stonden welgeteld 3 tenten/caravans. We zetten de tent neer op dezelfde plek als toen, bijna 100% schaduw en een lekker briesje. Alleen, het was ook híer ontzettend warm. En dat zou het voorlopig blijven ook, sterker nog, het zou erger worden. Tja. Op dat moment gooiden we alle scenario’s in de prullenbak. We gingen terug naar huis. Het was genoeg geweest.
In Cluny aten we op het gezellige terras van La Nation, in de hoofdstraat. Daar smeedden we het plan voor morgen. Tanken, geitenkaasjes halen (er gaat niets boven de Bourgondische). Een bezoek brengen aan onze goede vrienden Elise, vrouw van Antoine die helaas twee jaar geleden overleden is, en door ons allemaal ‘de boer en boerin’ genoemd. Wat hebben we daar geweldige jaren mee doorgebracht! We hadden geen idee hoe het haar ging, internet is voor haar een ver-van-mijn-bedshow, dus het enige contact wat we hebben is per kaartje of als we op bezoek gaan. En, als kers op de taart en afsluiting van deze vakantie: lunchen bij Auberge l’Embellie in Sainte Cécile. Dat is weer vlakbij Mazille, waar de boerin woont. We hebben er ooit eerder gegeten, ik denk zeker 30 jaar geleden, maar hij was steeds gesloten als we in de buurt waren. Nu was hij open, en we reserveerden voor morgen een tafeltje op het terras om 13.00u.
De dag erop, dinsdag, gaan we dan vroeg vertrekken. We zien wel hoever we komen, maar we kunnen altijd in Zuid Limburg overnachten op een van de kampeerterreinen van onze kampeerclub. Of we pakken een hotel, net hoe het uitkomt. In één keer doorrijden hebben we wel eens gedaan maar dat is eigenlijk te ver (dik 1000 km). Het gaat vaak zo bij ons: opeens is het klaar. En we zijn precies een maand onderweg, dus niets te klagen.
Intussen was het aardig afgekoeld, en nu een ei stukslaan op de motorkap betekende morgen zeker weten flink poetsen om het halfgestolde eiwit er weer af te krijgen. Op deze ultieme relatietest zitten we niet te wachten 😉
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!