Update

Er is een update geplaatst: dag 29, 4 juli, ontbrak. Is nu alsnog toegevoegd

zondag 28 juni 2026

Dag 21 – vrijdag 26 juni: Le Verger

Jaren geleden, tijdens een training, leerde ik dat je altijd vrij bent je mening te herzien. Dus vandaag ja zeggen tegen iets, kan morgen nee zijn. Is helemaal prima. No for now. Datzelfde geldt voor iets afkeuren, of opeens ergens heel anders tegenaan kijken. Ik heb het altijd onthouden, en dat is denk ik meteen het énige wat ik van al die bijeenkomsten meegekregen heb. Het waren zo vaak tenenkrommende studiedagen, waarbij dure krachten werden ingehuurd om ons, doorgewinterde onderwijsexperts, te vertellen hoe het moest. Iedereen dacht onder het doen van futiele spelletjes – ga allemaal op een rij staan in volgorde van leeftijd – aan alle werkzaamheden die hierdoor bleven liggen. Maar, zoals je zo blij kunt zijn als je vele jaren later van een leerling terughoort wat je voor hem of haar betekent hebt, zo is het ook mooi als je in elk geval íets van al die studiedagen als mantra hebt opgeslagen.

Vanmorgen was het een grote uittocht. Alle Engelse kajakkers vertrokken, hun week hier zat erop. Die van ons nog niet, sterker nog, we staan hier inmiddels al 8 dagen. Dat is meestal wel het maximum op één plek. Deze keer konden we niet anders dan ons laten leiden (of, beter misschien, lijden 😉) door de hoge temperaturen elders nog in Frankrijk. Hier is het nog steeds goed toeven, niet in de laatste plaats door de koele nachten.

Goed, we gingen op weg naar Montgenèvre, naar de téléferique oftewel de skilift. Via Briançon en een weg met vele haarspeldbochten, geflankeerd door wederom schitterende bergen, bereikten we het skigebied. We zagen een vierzitter-stoeltjeslift, en een gondelbaan. Maar, ze hingen stil. Dat was gek, ons was verzekerd dat we naar boven konden. Nader onderzoek leerde dat we een dag te vroeg waren, het zomerseizoen begon pas morgen. Wat nu? We bleven even staan kijken naar iemand die alle gerafelde vlaggen aan het vervangen was. Vooral de Europese vlag had te lijden gehad van de winterse omstandigheden. Was dit een metafoor voor wat ons te wachten stond? Gelukkig hing een paar minuten later een stralend nieuw exemplaar te wapperen in de tropische wind.

Na het fiasco met Briançon liepen we niet over van enthousiasme om die stad nog eens te bezoeken. Maar ik wilde toch uitzoeken hoe je nu binnen de vestingmuren kon komen. In plaats van een informatiepunt te bezoeken gebruikten we onze smartphone, en het bleek verrassend eenvoudig. Dus zetten we opnieuw koers naar deze stad. Onderaan de vesting was een grote parkeerplaats, die weliswaar praktisch stampvol was maar precies voor ons nog één plekje had vrijgelaten. Vermoedelijk omdat het vrij smal was, en niemand het risico wilde nemen, maar achteruitrijden is net als schrijven een soort van hobby voor me en onder de goedkeurende blikken van een stel motorrijders kon ik hem er nét tussen persen. Check.

Een paar dagen geleden zaten we helemaal onderaan in de stad, nu net aan de andere kant en dat was dus de goede. We liepen zo de poort door, waar mensen in middeleeuwse kledij ons verwelkomden. Het bleek een feestweekend te zijn, met allemaal activiteiten. Je kon er een kostuum kopen voor €60, of huren voor het weekend voor €20. Even over nagedacht maar toch maar niet gedaan.😄Het was beslist de moeite waard. Andere oude vestingsteden zijn vaak zo compleet overgenomen door het economische toerisme, daarvan was hier geen sprake. Leuke winkeltjes, een beetje horeca, overal verklede mensen en objecten uit de middeleeuwen. Er stonden twee schandpalen, een formaat kind en een formaat volwassene. Een guillotine. Een galg. Echt een gezellige boel. Je moest wel ontzettend goed uitkijken waar je je voeten neerzette, want van enige egalisatie van de straatjes was geen sprake. Maar we kwamen heelhuids bij de rand, alwaar we enige tijd een tafeltje van Café Panorama bezet hielden. Zo rustig, mooi uitzicht, vlotte bediening. Na het afrekenen moesten we terug de straat in, en opeens zag ik het bord wat ik eerder gemist had: crêpes. Daar hadden we heel veel zin in, dus zochten we een ander tafeltje om een nieuwe bestelling te plaatsen. Het meisje dat ons eerder bediend had was blij verrast en heette ons, in haar mooiste middeleeuwse jurk, opnieuw en met een stralende glimlach welkom. De crêpes werden door de kokkin aan tafel gebracht en smaakten verrukkelijk. Nu konden we er wel weer even tegen. We dwaalden verder door de oude stad, namen er ook nog een ijsje achteraan en verbaasden ons over de vriendelijkheid van de mensen. We zagen ook eigenlijk alleen maar Fransen, op een enkel Duits stel na dat met hun allerschattigste kinderen een ijsje zat te eten op een stoepje. Al met al brachten we er zo’n kleine twee uur door. Daarna reden we terug naar onze stamkroeg in Argentière, waar we de tijd even moesten stukslaan tot de winkels weer opengingen. We haalden merquez en tartare de tomates bij de slager, haricots verts bij de ecologische winkel. ’s Avonds deden we een experiment met de boontjes. Op dat suffe marktje in Briançon, een paar dagen geleden, zagen we iemand in enorme pannen-a-la-paella haricots verts bakken met heul veul knoflook erdoor. Dat leek ons heerlijk. Nu waren onze boontjes iets meer van het type sperzieboon dus iets te dik, maar het smaakte goed. Voor de zekerheid hadden we ook nog een baguette gekocht, om in de jus te dippen, maar dat was veel te veel. Dus hadden de kippen op de camping geluk. Alles wat je over hebt aan eten mag je in een grote ton gooien, en dan geven zij het weer aan de kippen. Bewaren is hier namelijk niet echt een optie. Kippen blij, wij blij.

Ik kom nog even terug op wat ik in het begin schreef. In het blog van woensdag schreef ik dat Briançon ons gestolen kon worden. In het kader van 'no for now' kan ik nu volmondig zeggen: wat een leuke stad. Beslist de moeite waard!




Zie de foto hieronder

Goed kijken, we maakten een foto van elkaar.
Het Duitse gezin dat aan de overkant zat moest er vreselijk om lachen








Deze mensen hebben het hele jaar kerst


Overal bloemen

Overzicht van een deel van de camping.
Hier zit ik altijd mijn blog te schrijven, aan de lange tafels 

Mooie avondlucht ter afsluiting

                                       



vrijdag 26 juni 2026

Dag 20 – donderdag 25 juni: La Roche-de-Rame

Een van de dingen die ons altijd blij maakt in Frankrijk is de nabijheid van een plaatsje. Gewoon een dorpje met een pleintje, een bakker, een slager en, als het even kan, een bar/café die wij tot stamkroeg kunnen bombarderen. In bergdorpjes is dat vaak lastig omdat de ruimte tussen de bergketens nu eenmaal beperkter is. Daar vind je nog wel wat winkels, maar meest langs de al dan niet drukke weg. En om nou met je grand café crème in de hand in de uitlaatgassen van de vrachtwagens te zitten is ook niet zo aantrekkelijk. Hier, in de omgeving van de camping, hadden we nog niets ontdekt wat voldeed aan die vakantiewens.

Vanmorgen reden we als eerste naar het Bureau du Tourisme, vlakbij, in het plaatsje Argentìere-la-Bessée. We waren al verbaasd dat we daarvoor van de hoofdweg af moesten slaan, maar het klopte. En tot onze verbazing, of beter gezegd verrassing, ontvouwde zich voor onze ogen precies dat wat we hier gemist hadden. Een pleintje, een bar annex café met terras op datzelfde pleintje. Een boucherie/charcuterie. Een bakker, een biologische winkel met van alles en nog wat. Het toeristenbureau was overigens ook hier dicht, net als dat in Briançon laatst. Excuses op de deur, morgen zijn we weer open. Maar ach, wat maakte het uit: we dronken een grote kop koffie op het terras, kochten een stokbrood bij de bakker (en vooruit, twee citroen-meringuetaartjes, omdat we toevallig 47 jaar getrouwd waren, daar zoals gewoonlijk aan herinnerd door onze schoonzus 😊) en van die heerlijke gekookte ham bij de slager om op dat stokbrood te doen voor de lunch.

De stokbroodsandwich met ham en rijkelijk roomboter smaakte zoals verwacht voortreffelijk. Die kwaliteit ham kun je bij ons echt nergens krijgen, in elk geval niet in Groningen. Daarna smulden we van de citroenmeringue en nestelden we ons in een stoel met een boek. Ons oorspronkelijke plan om vandaag met een skilift naar boven te gaan om te wandelen hadden we laten varen, dat kwam nog wel.

Poes kwam ook nog even kijken. Er is hier namelijk een campingkat, of eigenlijk zijn er drie, maar deze ene lichtgekleurde lap komt regelmatig een aaitje over de kop halen. Intussen is ze dan uiterst alert met haar staart aan het zwaaien, want we vermoeden dat ze haar eigen kostje bij elkaar moet jagen. En je zult maar een muisje missen.

Er is hier geen zwembad op het terrein. Mogelijk is het daarom zo rustig. Maar vlakbij, op 3 km afstand, is een plan d’eau waar je prima terecht kunt. Er is een camping naast trouwens, maar daar zal het wel een stuk drukker zijn. Ook loopt de provinciale weg erlangs, hoewel we niet denken dat je daar veel last van hebt als je lekker onder de bomen in het gras ligt. Het ziet er mooi en goed onderhouden uit.

Wat er ook niet is hier op de camping: wc-papier en zeep om je handen te wassen. We lopen dus maar steeds met de rol én een zelf aangeschaft zeeppompje naar de wc’s. Dat hebben ze wél goed gedaan; vlakbij ons staat een minigebouwtje met drie wc’s en aan de buitenkant een wastafel. Ook hebben we een kraan naast de tent. Douches en washokjes en meer wc’s zijn dan weer te vinden in een van de twee grotere sanitairblokken. Op de meeste terreinen zijn zowel zeep als papier wel normaal tegenwoordig, maar hier redden we ons ook prima.

De temperaturen schommelen overdag steeds zo rond de dertig graden. ’s Nachts koelt het af naar 14 of 15 waardoor we uitstekend slapen en de ochtenden ook vrij lang koel zijn. Dat is wel andere koek in de rest van dit land. Om over Nederland maar niet te spreken. Ik herinner me van jaren geleden dat het een paar dagen de 40 graden aantikte, dat was niet bepaald lekker. Met de ventilator op de hoogste stand speelden we klaverjas met onze vrienden terwijl we intussen verwoede pogingen deden die kaarten niet door de lucht te laten vliegen. Diezelfde vrienden zitten nu in ons huis, maar vanwege de vooruitzichten met extreme hitte voor dit weekend zijn ze toch even teruggegaan naar hun eigen omgeving.

’s Avonds hadden we niet veel trek, een stukje geitenkaas voldeed bij het glaasje Provençaalse rosé. Maar we verheugden ons al op morgen, wanneer we na een uitstapje bij onze nieuwbenoemde stamkroeg op het terras zouden neerstrijken.




Thuis bij de tent opgegeten, verrukkelijk!



donderdag 25 juni 2026

Dag 19 – woensdag 24 juni: La Roche-de-Rame

Leuk, het is markt in Briançon! Een mooie aanleiding die stad te bezoeken. Hij hoort tot een van de hoogst gelegen steden van Europa volgens Wikipedia, en dan gaan we er maar vanuit dat het klopt. Deze informatieve website is tenslotte ook de enige die je mag gebruiken als je meespeelt in 2 voor 12.

Onderweg maakten we een stop om een stalen sculptuur van zo’n 6 meter hoog op de foto te zetten. We konden het eerst niet goed thuisbrengen. Was het een jager? Iemand met een lasso? Het bleek een eerbetoon te zijn aan Mr.Edward Whymper, die als eerste bergbeklimmer ooit de Barre des Écrins beklom, in 1864. Een piek van maar liefst 4.102 meter hoog en daarmee de hoogste berg van het hele Massif des Écrins.

Om een uur of  11 reden we de parkeergarage binnen, aangeprezen als dé plek voor je auto als je naar de markt of het stadscentrum wilde. We hebben nog nooit zo’n verschrikkelijk naargeestige garage meegemaakt. Pikdonker allemaal. Het licht, dat automatisch aan zou moeten springen als je er binnen rijdt, deed het niet goed. Daarnaast waren de plaatsen ook niet bepaald ruim te noemen. Uiteindelijk lukte het ons toch een fatsoenlijke plek te vinden, en konden we op verkenning gaan. We kwamen eruit in een soort haveloos parkje, waar in de verste verte niets deed denken aan een markt of iets van een stadscentrum. Uiteindelijk vroegen we het maar aan iemand die daar rondliep, en die wees ons snel de weg. Nu hadden we heus niet de illusie dat we iets zouden aantreffen dat ook maar in de verste verte leek op de grandioze warenmarkt in Uzés, maar dit was wel het andere uiterste. Wat een troosteloze boel zeg. Er was ook een deel overdekt, in een soort fabriekshal, maar al met al waren we er gauw klaar mee. Op het enige terrasje kreeg ik iets dat het midden hield tussen hoestdrank en motorolie, een alternatieve cola. Mijn gewrichten kunnen heus wel wat smeerolie gebruiken, maar dit ging toch vrijwel in zijn geheel retour.

Dit alles speelde zich af in de benedenstad. Bij het Bureau du Tourisme wilden we wat meer info over hoe we boven konden komen. Lopen in de hitte was een absolute no-go. Helaas was het kantoor gesloten, in verband met de markt. Je verzint het niet. We vroegen het dus maar weer even aan een willekeurig persoon, en die kwam niet veel verder dan ‘naar boven lopen’. Ok, laat maar. De spelonken van de parkeergarage dus maar weer in, wat bevestigde dat het ook bepaald geen vrouwvriendelijk exemplaar was. Op de tast je auto zoeken, succes.

Wat nu? We besloten richting La Grave te gaan. Daar waren we vorig jaar terechtgekomen in de stromende regen, en we wisten dat de weg ernaartoe landschappelijk gezien erg de moeite waard was. Behalve dat het toen heel hard regende waren we er ook in een heel ander seizoen, namelijk eind augustus. Dat maakte een groot verschil in de vegetatie zagen we nu. Een en al bloemen langs de weg! Wat een feest. Iets na enen kwamen we aan in het dorpje, lunchtijd. Bij het hotel wat we al kenden van een jaar geleden aten we allebei een andere regionale specialiteit: Bert een soort spätzle, ik een tartiflette (aardappelschotel met heel veel Reblochon, uit de oven). Allebei vergezeld van een forse hoeveelheid rauwe ham. De temperatuur buiten was een graad of 23, was dat getal omgekeerd geweest hadden we het bij een salade gehouden. Het is tenslotte winterkost. Maar het smaakte uitstekend.

De bergen waren intussen deels in nevelen gehuld. Hier en daar voegden witte wolken zich tot een staalmeesterskraag om de toppen. Tussen deze imponerende bergketens door, hier en daar gelardeerd met een tunnel (waarvan één geheel niet verlicht was), karden we terug naar de lappen katoen die op dit moment ons huis vormen.  Een tent, groot of klein, het is natuurlijk niks. En toch, zodra je alles uit de zak hebt gehaald en opgezet wordt het je thuis. Rits dicht, en het is ‘just me, myself and I’. Wonderlijk hoe dat werkt.

Bij thuiskomst wachtte ons een verrassing. De buren, die eerst zo zwijgzaam waren, voorzagen ons van verse tomaatjes uit hun moestuin. Even later kwam madame (voor het thuisfront: sprekend Olga) met een bordje waarop een vers geitenkaasje lag. Daar houdt u toch zo van, meneer? Bert had zich daar gisteren inderdaad lovend over uitgelaten. Ik ook, maar dat telde niet. Nou ja, we mochten het natuurlijk wel samen opeten.

We zitten hier nog steeds op een formidabel mooie plek. Maar Briançon? Dat kan ons gestolen worden.

 










 

woensdag 24 juni 2026

Dag 18 – dinsdag 23 juni: La Roche-de-Rame

Code rood: extreme weerssituatie. 39 – 45 °C overdag, 24 – 28 °C ’s nachts, dus bijna geen afkoeling.
Code oranje: echte hittegolf. Meestal 35 – 40 °C, minstens 3 dagen én 3 nachten. ’s Nachts 20 – 24 °C. Je kunt er goed last van hebben.
Code geel: vaak 32 – 36 °C overdag, soms maar 1 – 2 dagen, of wel heet overdag maar redelijke nachten.

Aldus de verklaring van de Franse overheid m.b.t. de weercodes.

Goed, wij zitten dus in code geel en vooralsnog is dat heel goed te doen. Niet in de laatste plaats omdat we ons programma erop aanpassen. We vertrekken ’s morgens niet al te vroeg, het blijft hier zeker tot een uur of twaalf onder de 25 graden. Daarna een road trip (ik bedoel natuurlijk een tochtje met de auto, maar dat klinkt zo suf) in de airco. Eind van de middag weer terug, en dan is het hier alweer aangenaam.

Vandaag reden we naar een gebied in het Parc des Écrins. Dat hadden we niet helemaal zelf bedacht, het kwam van onze buurman (die gewoon een vriendelijke behulpzame man bleek). Toen hij ons op de kaart zag kijken kwam hij direct met ideeën voor mooie routes. En deze sprak ons wel aan. Dus zetten we koers naar het plaatsje Névache, iets ten noordwesten van Briançon. De man had geen ongelijk. Het was een rustige weg, dwars door de bergen. Bij Névache kon je nog een klein weggetje in dat we helemaal uitreden tot we niet verder konden. Onderweg stapten we natuurlijk waar het maar kon even uit om de omgeving in ons op te nemen die niet te hachelen was, en dan het tegenovergestelde (ik kan geen superlatieven meer bedenken). Bij elkaar deden we er zo’n anderhalf uur over. Het fijne van deze oorden is dat er altijd wel een berghut is, en ook deze keer klopte dat. We kregen een plekje aan een van de picknicktafels en Bert vroeg naar een donker biertje. Ze hadden dat wel, maar alleen een grote fles. Ach, ok, doe maar. Toen er een fles van 75cl op tafel kwam schrokken we toch een beetje. Dat was wel erg veel, want ik nam er geen slok van. Ik hou gewoon niet van bier. Maar we zouden wel zien. We deelden wederom een omelet, deze keer rijkelijk gevuld met de plaatselijk Tomme, een regionale kaas van rauwe koemelk. Het valt me voor de zoveelste keer op dat vegetariërs slecht bediend worden in Frankrijk, maar als veganist is het helemaal haast niet te doen. Hoe dan ook, de omelet was verrukkelijk. Zacht en smaakvol. De bijgeleverde salade ging ook schoon op, behalve dan de garnering van geraspte rode kool. Als toetje deelden we een fromage blanc aux myrtilles. Vrij vertaald zou dat kwark zijn, maar het is echt een ander product hier. We moesten vechten om het laatste hapje. En dat alles in die schitterende omgeving waar we maar geen genoeg van kregen. Wandelaars, bepakt met kleine en grote rugzakken kwamen af en aan, het kriebelde wel hoor.


Op een goed moment wilde ik naar de wc, die niet binnen maar buiten was. Deur nummer 3, zei het meisje aan wie ik het vroeg. Het was een ecologisch toilet, met zaagsel om alles wat erin viel af te dekken. We kenden het wel, het werkt uitstekend en je ruikt helemaal niets. Maar voor sommigen zal het wat vreemd overkomen. 

Zoekplaatje: waar is deur nummer 3?


Bij het afrekenen vroegen we om een kurk, de helft van het bier was nog over. Dat was jammer, want dat was een geweldig product van een plaatselijke brouwerij. O ja hoor, ze hadden wel een kurk. Mooi! Na een tijdje ging ik maar eens vragen, want er kwam geen kurk. Bleken de twee serveersters niet alleen de bediening te doen, maar ook de rol van kok op zich genomen hadden. Het liep ze over de schoenen, en ja, dan schiet zo’n kurk er bij in. Maar niet getreurd, een van de twee grabbelde in wat afvalbakken en toverde een gebruikte wijnfleskurk tevoorschijn. Opgelost! Nou, niet helemaal, want hij paste niet. Er ging nog een prullenbak ondersteboven, en nog een, niks. Een mes is ook goed, zei ik (je bent Montessori-kind of je bent het niet). Ze keek een beetje verbaasd, maar ik kreeg een scherp mes en sneed er keurig een wél passende dop van. Zo, die fles kon rekenen op een fatsoenlijke behandeling in de koelbox straks.
                                                                   

                                                             


We moesten dezelfde weg terug, en ook deze keer lukte het om zonder de zijspiegels van tegenliggers in de prak te rijden de grotere, beter begaanbare weg te bereiken. Een minuut of tien later riep ik opeens ‘Stop! We keren!’ Ik zag een aankondiging van Fromage de chèvre, te koop vlakbij de weg. Zo geroepen, zo gedaan, en we kwamen inderdaad bij een Fromagerie. Het zag er gesloten uit maar was volgens de informatie vanaf 14u open. Het was 15.30. We liepen er dus toch maar naar toe, en uit de krochten van een veranda kwam een dame tevoorschijn, puffend van het zweet. Ja hoor, ze waren open. Eenmaal binnen bleek het een ruime, goed gesorteerde winkel te zijn, met niet alleen vele soorten geitenkaas (die geiten hadden we op de heenweg al wel zien lopen, we vroegen ons al af wat ze ermee deden: dit dus. Melken en kaas maken) maar ook honing van eigen imkerij en allerlei hebbedingetjes zoals gehaakte eierwarmers. We zochten vier verschillende kaasjes uit, namen er van enkele twee, en omdat we toch bezig waren rekenden we ook een grote pot honing af van Tilleul (Linde) . Onze dag was al een succes, maar nu kon hij helemaal niet meer stuk. Het was namelijk het enige wat nog ontbrak aan ons God-in-Frankrijk-gevoel: verse geitenkaas. En dan komt het zomaar op je pad. Bij de tent, waar het aangenaam toeven was, was een van diezelfde kaasjes geen lang leven beschoren. Voor wie het niet wist: goede rosé en geitenkaas gaan verrassend goed samen.


Een punt waar je kunt afspreken voor een lift







dinsdag 23 juni 2026

Dag 17 – maandag 22 juni: Roche-de-Rame

Lang geleden kampeerden we in Italië, in de Marken om precies te zijn. Een mooie, ruime camping met op loopafstand een kasteeltje waar je goddelijk kon eten in de paradijselijke tuin. Dat deze camping geteisterd werd door een niet-aflatende stroom van motoren, vlak langs de tenten, ach. De beheerster vertelde dat ze al talloze pogingen had ondernomen om er iets aan te doen, maar dat het niet hielp, dus had zij zich er maar bij neergelegd dat dit het nieuwe Italiaanse TT-circuit was geworden. We stonden er verder prima, en namen het geluid van aanstormende motoren voor lief. Schuin tegenover ons stonden bijzonder aardige Nederlanders, met een grote De Waard-tent. Gezellig om de dag mee door te nemen onder het genot van een glaasje. We roemden de ruimte, de schaduw, de locatie.
Op een dag kwamen we terug van een uitstapje, om tot onze schrik te zien dat een ander stel landgenoten hun tent precies tegen die van ons aan had gezet. De scheerlijnen kruisten elkaar. Ok, als er nu geen plek was geweest, maar die was er in overvloed. Uiteindelijk zijn we twee dagen later vertrokken. We hadden geen zin meer in hun gesnurk. Dit is precies de reden waarom we hier zo fijn staan, zoveel ruimte dat niemand je in de weg zit.

Vanmorgen voelde ik me stukken beter, en na het eten van een paar toastjes met jam durfde ik het wel aan. We zouden namelijk de andere helft van de Queyras gaan verkennen. Met de auto is dat natuurlijk wel van een andere orde dan met je rugzak de bergen in, maar die periode ligt helaas achter ons. Dus doen we het op vier wielen, en dat bevalt ook prima. Vandaag reden we via de Col de Vars naar Barcelonette. Wederom veel motoren die we af en toe maar net konden ontwijken omdat ze een wheelie deden, maar het ging allemaal net goed. In Barcelonette aten we een hapje, en tot mijn verbazing kon ik dat allemaal aan. Ok, ik nam alleen een voorgerecht, maar ’s morgens had ik daar nog niet aan moeten denken. 

Hierna zetten we koers naar Embrun, via het uitgestrekte Lac de Serre-Ponçon dat maar van geen ophouden weet als je erlangs rijdt. Ik heb daar een nogal letterlijk pijnlijke herinnering liggen. Toen ik een jaar of 8 was kampeerde ik met mijn ouders aan de rand van dat meer. Op een goed moment bedacht ik dat ik ook wel eens wilde zonnebaden, zoals ik andere mensen zag doen. Mijn ouders letten nooit erg op mij, dus toog ik met mijn handdoekje naar de rand van het water. Ik gaf me over aan de warme zon en wentelde me van mijn buik op mijn rug en omgekeerd. Van zonnebrand had ík in elk geval nog nooit gehoord, en ik vraag me af of het in die tijd al wel bekend was. In elk geval was ik niet ingesmeerd, en toen mijn moeder poolshoogte kwam nemen schrok ze zich dood. Ik leek meer op een gekookte kreeft dan op haar dochter. De dagen erop had ik ontzettend veel pijn, de vellen hingen erbij. Daarna ben ik nooit van mijn leven meer zo erg verbrand, maar zoals blijkt heeft het diepe indruk gemaakt.

Onderweg passeerden we nog de 'Demoiselles Coiffees', een bijzondere rotsformatie gevormd door erosie. In o.a. Amerika heb je talloze van dergelijke formaties, maar hier komen ze veel minder voor. Het wordt dan ook breed uitgemeten en met toeters en bellen aangekondigd zoals ze dat zo goed kunnen in Frankrijk. Deze dames van steen, met een kapsel van hetzelfde materiaal dat hier en daar zelfs aangevuld is met spontane beplanting, staan gewoon langs de kant van de weg. Dat scheelde een flinke klauterpartij in de hitte.


Rond half vijf waren we terug bij de tent. We reden het terrein op en…o schrik! Er stond een caravan, met uitbouw, pal naast ons. Op onze autoplek! We konden er niet eens meer langs. Met heel veel gemanoeuvreer lukte het uiteindelijk de auto naast de tent te krijgen, maar daardoor konden we er zelf niet meer zitten. Gelukkig waren de plaatsen direct achter ons nog vrij, dus gauw daarheen gereden. Opgelost. De man van het stel naast ons is redelijk vriendelijk, de vrouw keurt ons daarentegen geen blik waardig. Terwijl ze continu langs onze tent moet om water te halen. Een andere buurman plukte juist een grote kom kersen voor ons, we staan hier tenslotte in een boomgaard. Dus genoeg vriendelijkheid om ons heen. Jammer van de naaste buren, maar het neemt niet weg dat we hier nog steeds heel fijn staan. Waar heel Frankrijk zucht onder krankzinnig hoge temperaturen zitten wij buiten bij een graad of 20. Voor de zekerheid hadden we wel de tent dichtgedaan, het ging onwijs hard waaien en er volgde een stevig onweer. Maar de luifel gaf ons genoeg bescherming, en later werd het weer droog.

Tegen de tijd dat het donker werd kwam de buurvrouw nog een keer langslopen, gewapend met haar tandenborstel. Heel vriendelijk zei ze ‘Bonne nuit!’. Met een glimlach erachteraan.








Wij hebben geluk, zitten net in het gele gebied!


Dag 16 – zondag 21 juni: La Roche-de-Rame

Dit wordt een kort verhaal. We hadden al besloten vandaag bij de tent te blijven, lekker luieren en lezen. Meestal doen we het om-en-om, een dagje eropuit en een dagje tent. Maar ook als we dit niet van tevoren zo bedacht hadden waren we ‘thuis’ gebleven. Mijn ingewanden hadden er nachts namelijk helemaal uit zichzelf de brui aan gegeven. Ik zal er verder niet over uitweiden, maar hou het er maar op dat ik blij was dat de wc’s zo vlakbij waren. Het werd dus vooral veel slapen en af en toe een spurtje trekken waardoor ik zeker weten Dafne Schippers bij de volgende kampioenschappen ga inhalen op de korte afstand.

Wat valt er verder nog te vertellen? O ja, in mijn heldere momenten zag ik dat de hond van de buren van de campingbaas een wel erg bijzonder speelkameraadje had. Een kip! Echt waar. Ze renden om elkaar heen en achter elkaar aan, tot kennelijk plezier van beiden. Toch nog iets leuks om mee af te sluiten. Morgen hopelijk weer een gewoon verhaal.

zondag 21 juni 2026

Dag 15 – zaterdag 20 juni: La Roche-de-Rame

En ja hoor, daar was-ie weer. Stipt om 8 uur. De bakker. Wel handig hoor, je hoeft niet van tevoren te bestellen hier. Er staat dan weer tegenover dat je hier bij de camping zelf helemaal niets kunt krijgen, daarvoor moet je echt het dorpje in. Dat is niet echt een leuk Frans dorp met een pleintje, nee, het vouwt zich om de provinciale weg en dat is het dan zo’n beetje.

Wij wilden vandaag de bergen in. Op de door mij al vele malen geprezen papieren wegenkaart van Michelin hadden we een mooie route uitgezocht. Eerst naar Saint-Veran – nee, niet dat van de wijn, dat ligt in de Bourgogne – en dan via een noorderlijker route terug. Hoewel het een wandelgebied bij uitstek is waagden wij ons daar toch niet aan. Al zeker niet in deze hitte, het was nog steeds 30+. Het was een schitterende tocht. Via Guillestre en de Combe de Qeyras naar Saint Veran. Onderweg stapten we o.a. even uit bij het Chateau Queras. Je kon er wel naar boven, met grote schreeuwende letters riep het kasteel ‘Ik ben open, kom mij bezoeken!’, maar dat deden we maar niet. Saint Veran, en de weg ernaartoe, bleek voornamelijk voor de wintergasten in stand gehouden. Een en al skipiste. Nu was er hoegenaamd niets te beleven. Wel stopten we nog even bij een heel bijzonder kerkhofje. De graven waren allemaal voorzien van (kunst)bloemen, maar ook zagen we heel veel gevuld met wilde bloemen. Prachtig. We reden terug naar Molines-en-Queyras, om vandaaruit eerst over  de Casse Déserte en daarna de Col D’Izoard richting Briançon te rijden. In Molines aten we een hapje, we deelden een omelet au fromage met salade en uitstekend knapperig gebakken frietjes. Zo konden we er weer even tegen. Het was ronduit schitterend, deze tocht. Helaas vonden minstens 3000 motorrijders dat ook, en het was een hele kunst ervoor te zorgen dat we ons niet van de weg lieten rijden. Maar ook dat lukte, en uiteindelijk reden we via Briançon weer terug naar de camping. We stopten nog even bij de Lidl voor wat vergeten boodschappen en dat was dat.

’s Avonds was het een vrolijke boel bij de kajakkers. Ze zaten aan lange tafels en hun gelach werkte aanstekelijk. En net als gisteren was het om tien uur weer doodstil.

Wat een rust. Wat een uitzicht. Wat een plek.

v