dinsdag 23 juni 2026

Dag 17 – maandag 22 juni: Roche-de-Rame

Lang geleden kampeerden we in Italië, in de Marken om precies te zijn. Een mooie, ruime camping met op loopafstand een kasteeltje waar je goddelijk kon eten in de paradijselijke tuin. Dat deze camping geteisterd werd door een niet-aflatende stroom van motoren, vlak langs de tenten, ach. De beheerster vertelde dat ze al talloze pogingen had ondernomen om er iets aan te doen, maar dat het niet hielp, dus had zij zich er maar bij neergelegd dat dit het nieuwe Italiaanse TT-circuit was geworden. We stonden er verder prima, en namen het geluid van aanstormende motoren voor lief. Schuin tegenover ons stonden bijzonder aardige Nederlanders, met een grote De Waard-tent. Gezellig om de dag mee door te nemen onder het genot van een glaasje. We roemden de ruimte, de schaduw, de locatie.
Op een dag kwamen we terug van een uitstapje, om tot onze schrik te zien dat een ander stel landgenoten hun tent precies tegen die van ons aan had gezet. De scheerlijnen kruisten elkaar. Ok, als er nu geen plek was geweest, maar die was er in overvloed. Uiteindelijk zijn we twee dagen later vertrokken. We hadden geen zin meer in hun gesnurk. Dit is precies de reden waarom we hier zo fijn staan, zoveel ruimte dat niemand je in de weg zit.

Vanmorgen voelde ik me stukken beter, en na het eten van een paar toastjes met jam durfde ik het wel aan. We zouden namelijk de andere helft van de Queyras gaan verkennen. Met de auto is dat natuurlijk wel van een andere orde dan met je rugzak de bergen in, maar die periode ligt helaas achter ons. Dus doen we het op vier wielen, en dat bevalt ook prima. Vandaag reden we via de Col de Vars naar Barcelonette. Wederom veel motoren die we af en toe maar net konden ontwijken omdat ze een wheelie deden, maar het ging allemaal net goed. In Barcelonette aten we een hapje, en tot mijn verbazing kon ik dat allemaal aan. Ok, ik nam alleen een voorgerecht, maar ’s morgens had ik daar nog niet aan moeten denken. 

Hierna zetten we koers naar Embrun, via het uitgestrekte Lac de Serre-Ponçon dat maar van geen ophouden weet als je erlangs rijdt. Ik heb daar een nogal letterlijk pijnlijke herinnering liggen. Toen ik een jaar of 8 was kampeerde ik met mijn ouders aan de rand van dat meer. Op een goed moment bedacht ik dat ik ook wel eens wilde zonnebaden, zoals ik andere mensen zag doen. Mijn ouders letten nooit erg op mij, dus toog ik met mijn handdoekje naar de rand van het water. Ik gaf me over aan de warme zon en wentelde me van mijn buik op mijn rug en omgekeerd. Van zonnebrand had ík in elk geval nog nooit gehoord, en ik vraag me af of het in die tijd al wel bekend was. In elk geval was ik niet ingesmeerd, en toen mijn moeder poolshoogte kwam nemen schrok ze zich dood. Ik leek meer op een gekookte kreeft dan op haar dochter. De dagen erop had ik ontzettend veel pijn, de vellen hingen erbij. Daarna ben ik nooit van mijn leven meer zo erg verbrand, maar zoals blijkt heeft het diepe indruk gemaakt.

Onderweg passeerden nog de 'Demoiselles Coiffees', een bijzondere rotsformatie gevormd door erosie. In o.a. Amerika heb je talloze van dergelijke formaties, maar hier komen ze veel minder voor. Het wordt dan ook breed uitgemeten en met toeters en bellen aangekondigd zoals ze dat zo goed kunnen in Frankrijk. Deze dames van steen, met een kapsel van hetzelfde materiaal dat hier en daar zelfs aangevuld is met spontane beplanting, staan gewoon langs de kant van de weg. Dat scheelde een flinke klauterpartij in de hitte.


Rond half vijf waren we terug bij de tent. We reden het terrein op en…o schrik! Er stond een caravan, met uitbouw, pal naast ons. Op onze autoplek! We konden er niet eens meer langs. Met heel veel gemanoeuvreer lukte het uiteindelijk de auto naast de tent te krijgen, maar daardoor konden we er zelf niet meer zitten. Gelukkig waren de plaatsen direct achter ons nog vrij, dus gauw daarheen gereden. Opgelost. De man van het stel naast ons is redelijk vriendelijk, de vrouw keurt ons daarentegen geen blik waardig. Terwijl ze continu langs onze tent moet om water te halen. Een andere buurman plukte juist een grote kom kersen voor ons, we staan hier tenslotte in een boomgaard. Dus genoeg vriendelijkheid om ons heen. Jammer van de naaste buren, maar het neemt niet weg dat we hier nog steeds heel fijn staan. Waar heel Frankrijk zucht onder krankzinnig hoge temperaturen zitten wij buiten bij een graad of 20. Voor de zekerheid hadden we wel de tent dichtgedaan, het ging onwijs hard waaien en er volgde een stevig onweer. Maar de luifel gaf ons genoeg bescherming, en later werd het weer droog.

Tegen de tijd dat het donker werd kwam de buurvrouw nog een keer langslopen, gewapend met haar tandenborstel. Heel vriendelijk zei ze ‘Bonne nuit!’. Met een glimlach erachteraan.








Wij hebben geluk, zitten net in het gele gebied!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!