maandag 15 juni 2026

Dag 9 – zondag 14 juni: Venetië (omliggende plaatsjes Castelfranco, Asolo en Bassano del Grappa)

Italië is niet ons land. Vraag me niet waarom, het is lastig te duiden, maar iedere keer als we vanuit Italië de Franse grens overgaan slaken we een zucht: eindelijk thuis. Ik weet dat het voor heel veel mensen anders ligt, en gelukkig maar, anders werd het nog meer dringen in Frankrijk. Je hebt allemaal je eigen afwegingen en zo hoort het ook.

Vanmorgen wilden we het achterland van Venetië eens verkennen. We hadden een leuk ritje uitgezocht, met enkele plaatsjes die volgens onze informatie de moeite waard waren. Dat het zondag was en er veel gesloten zou zijn maakte ons niet uit. We begonnen met Asolo, een uurtje rijden van ons vandaan. Het werd omschreven als een mooi dorpje, hooggelegen en dus mooi uitzicht, met aardige pleintjes. Een goede aftrap, leek ons. Na ongeveer vierentachtig rotondes die ons voornamelijk door kleine industrie voerden, reden we door Castelfranco. Duidelijk een oud vestingstadje, dat konden we natuurlijk niet laten liggen. Er was parkeerplek genoeg, dus de parkeerschijf achter de voorruit geplakt en de pas erin. Nou, dat van die vestingmuur klopte. Maar verder stelde het weinig voor. De kerk liep net leeg, kennelijk was er net een mis geweest, en iedereen gaf meneer pastoor netjes een handje. Eén dame had voor de gelegenheid haar hoogste stiletto’s aangetrokken, naar schatting zo’n 18 cm. Al zwikkend en wiebelend, het viel niet mee op al die kinderkopjes, bewoog ze zich voort naar de kroeg. Ach, daar zou het niet opvallen, want na de alcohol die de hosti vergezeld had was het nu tijd voor het sterkere werk waartoe de goegemeente zich al verzameld had in het huis van de zonde. Je moet toch wat.

We hadden het snel gezien en zochten de auto weer op. Om een uur of 12 reden we Asolo binnen. Om al meteen te constateren dat je een flinke klim naar boven zou moeten maken, de parkeerterreinen lagen allemaal een stuk lager dan het historisch centrum. De temperatuur was inmiddels opgelopen tot een graad of dertig, en dat was voor ons reden om het direct af te blazen. Laat maar. We kunnen ons altijd nog doodlopen, maar dan liever niet hier.

Na Asolo bleef alleen Bassano del Grappa over in de strijd om onze eeuwige roem te verdienen. We parkeerden bij de kerk en zochten het centrum bij de brug op. Deze brug, de Ponte degli Alpini, is het symbool van de stad. Gebouwd door Andrea Palladio in de 16 eeuw, en vele malen verwoest maar steeds weer opgebouwd. Vlakbij de brug is een grote destilleerderij, daar kun je het hele destilleerproces volgen om je daarna vol te gieten met de aldus verkregen grappa. Ons niet gezien, we zijn geen sterkedrank drinkers. Intussen hadden we wel trek gekregen, dus zochten we een terrasje op en bestelden iets bij een jongen die eruitzag of hij de hele avond ervoor had zitten blowen. Met heel veel moeite van onze kant, en weinig enthousiasme van die van hem, lukte het hem iets op een briefje te krabbelen. Mooi. Een half uur later: nog niets. Ok, we geven hem nog 5 minuten, maar ook dat leverde geen actie op. Wel zagen we dat hij binnen in het café gezellig in gesprek was met een medewerkster. We vonden het wel genoeg en vertrokken. Vlakbij de brug lukte het wél, en we aten er een stevige tosti. Dikke boterhammen, goed belegd. Voor mij veel te veel, ik liet de helft staan, maar Bert liet zich niet kennen en werkte alles naar binnen. Op de brug, die werkelijk de moeite waard was, had de hele gemeente Bassano zich verzameld voor een zondagmiddaguitje. Een gezellige drukte. We bleven er een tijdje hangen, maakten wat foto’s en vonden het toen tijd voor een ijsje. Je bent in Italië of je bent het niet tenslotte. Het was mooi geweest voor vandaag vonden we, en via een lege snelweg, werkelijk praktisch geen auto te zien. Waar we op de heenweg over talloze rotondes moesten konden we nu na 50 minuten alweer de camping oprijden. Conclusie: het achterland viel tegen. Heel veel bedrijventerreinen, weinig natuurschoon.

De familie van de camping ontving ons weer allerhartelijkst in het restaurantje. Alsof je bij vrienden op bezoek was. Wie zei er dat Italië niet ons land was?


Castelfranco

Deze kanjer kwamen we onderweg tegen










Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!