Het zou een regenachtige dag worden, en deze voorspelling bleek helaas de zuivere waarheid. Dat is ook het nadeel als je in een berggebied zit, het blijft lang hangen in de dalen. Omdat het al lang geleden was dat we Ljubljana bezochten besloten we daar vandaag dus maar naar toe te gaan, met o.a. het Museum voor Moderne Kunst als doel. Daar zou het in elk geval droog zijn, en bovendien waren we er nog nooit geweest. Zo gezegd zo gedaan. Hoewel Marija ons sterk aanraadde met de bus te gaan namen we toch gewoon de auto, de bus deed er minimaal 2 uur over en dat vonden we toch te lang. Kostentechnisch zou het ook niet kunnen, openbaar vervoer is hier niet heel goedkoop.
Na iets meer dan een uur reden we de parkeergarage binnen, Kongresni TRG geheten. Heel handig, de vrije plaatsen werden met groene lampjes aan het plafond aangegeven. Omdat het inmiddels lunchtijd was en de straten vergeven van terrassen, hadden we ruime keuze. Ons oog viel op een Mexicaans restaurant, waar ze aan ons tafeltje ter plekke een heerlijke guacamole bereidden. Met een bak maistortillaschips erbij konden we er daarna wel weer even tegen. Van enige regen was hier trouwens niets te bekennen, het was stralend weer.
Het museum was op 5 minuten lopen. We kregen ongevraagd weer seniorenkaartjes – wat is dat toch tegenwoordig, ik denk echt dat we aan de botox moeten als we terug zijn! – en voor een luttele 7 euro mochten we naar binnen. Ik hou zelf erg van kleinere musea, en hoewel dit groot en hoog oogde was het aantal zalen beperkt. Er was één zaalwacht, vermoedelijk een student, die uitgezakt op een stoel niet zozeer de bezoekers en de kunstwerken in de gaten hield dan wel zijn eigen telefoon. De expositie bestreek de ontwikkeling van de moderne kunst in Slovenië, ingedeeld in periodes. Eerlijk gezegd waren we niet erg onder de indruk. Het was in onze ogen voornamelijk sterk beïnvloed, haast nagedaan, door de grote namen zoals Monet, Picasso en Mondriaan. Enkele mooie stukken waren er zeker, maar na drie kwartier hadden we het allemaal wel gezien. Gaf niks, we wilden ook nog wat meer van de stad bekijken.
Het eerste waar we tegenaan liepen, praktisch naast het museum, was een grote kerk. Katholiek, dachten we. Maar dat bleek niet zo te zijn. We zagen alleen maar iconen, een hele kerk vol! Het bleek een Oosters - Orthodoxe kerk te zijn, en daar zijn slechts tweedimensionale afbeeldingen toegestaan. Het was me al opgevallen dat een duidelijk frequent bezoeker de kruisjes ‘andersom’ sloeg. Eerst rechts, dan links. Deze man had er in deze kerk een behoorlijke dagtaak aan, want hij had zich ten doel gesteld na die handeling echt álle iconen te kussen. Tja. Hoe dan ook, we waren onder de indruk.
De markthal, waar we graag naar toe wilden, was gesloten. Dus beperkten we ons tot een stadswandeling, waarbij we constateerden dat het vergeleken met ons laatste bezoek in 2011 flink opgeknapt was. In het voetgangersgebied was je je leven niet zeker, niet zoals bij ons door fatbiketerreur (kandidaat voor woord van het jaar, wat ons betreft), maar door elektrische stepjes die met een rotgang al slalommend het wandelend publiek de stuipen op het lijf joegen. Maar we trokken ons er niets van aan en liepen met een ijsje in de hand (op verzoek van Bert moet ik hier even melden dat hij altijd vanille neemt, waarvan acte 😉) langs de rivier waar niets meer doet denken aan het Oostblokverleden.
’s Avonds reden we naar Srednja Vas, een dorpje vlakbij Stara Fuzina. Daar zit sinds een aantal jaren Gostlina Pri Hrvatu, waar ze fantastisch koken. Even er naar toe rijden vraagt overigens heel wat stuurmanskunst, en dat heb je nodig voor alle dorpjes in Slovenië. De straten zijn berekend op paard en wagen, niet op de paardenkrachten van het huidige wagenpark. Dat betekent dat je door poortjes moet die net 5 cm breder zijn dan je auto en zie daar maar eens ongeschonden doorheen te komen. Marija vertelde dat zij allemaal blikschade hebben daardoor, en het mag een wonder heten dat wij eraan ontkomen zijn. Rijdend met ingeklapte spiegels, allebei een kant in de gaten houdend, af en toe STOP roepend en dan nog net 2 millimeter speling hebbend is het toch gelukt. Ja, laat ons maar schuiven. Of rijden. Of schuifelend rijden.
Het eten overtrof alles, ik kan niet anders zeggen. Hiske Versprille zou het ongetwijfeld beamen en het is dat het zo’n eind rijden is anders zou ik haar zeker een aanbeveling sturen. Hier moeten de vegetariërs even stoppen met lezen. Bert had een voortreffelijk gegrilde forel, die springen hier bijna vanzelf uit de rivier op je bord, met daarbij al een even goed bereidde mix van gekookte aardapppelen met spinazie. Er zat nog iets doorheen wat extra veel smaak was, maar we kwamen er niet achter. Ik ging, na enige aarzeling want het was moeilijk kiezen, voor het lamsvlees. Nog nooit in mijn leven heb ik zulk zacht, mals en verrukkelijk lamsvlees gegeten. De bijbehorende saus was hoog op smaak, dat is tegenwoordig haast nergens meer zo, en combineerde meer dan uitstekend met de gegratineerde aardappel die in drie bollen ernaast lag. De gekaramelliseerde witlof, zacht van buiten en knapperig van binnen, maakte het tot een voltreffer eerste klas. We sloten dit godenmaal af met een perfecte crème brulée (Bert), en een mousse au chocolat, deels bestrooid met crumble, en een laagje frambozencoulis. We complimenteerden de kok, 5 sterren. De rekening van dit alles? Inclusief 2 glaasjes wijn €85. Kom daar maar eens om in Nederland.
Intussen hadden de weergoden ook van zich laten horen, het onweerde en stortregende dat het een lieve lust was. In ons appartement had Marija dan ook alle ramen dichtgedaan en de kussens van de veranda-stoelen binnengehaald. We registreerden het nog net, maar gaven ons al snel over aan Morpheus die ons liefdevol in zijn armen nam.
N.B. Zoals jullie gemerkt hebben loop ik wat achter met de verslagen. Het lukt gewoon niet altijd om elke dag iets te schrijven. Geen reden tot ongerustheid hoor.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!