Leuk, het is markt in Briançon! Een mooie aanleiding die stad te bezoeken. Hij hoort tot een van de hoogst gelegen steden van Europa volgens Wikipedia, en dan gaan we er maar vanuit dat het klopt. Deze informatieve website is tenslotte ook de enige die je mag gebruiken als je meespeelt in 2 voor 12.
Onderweg maakten we een stop om een stalen sculptuur van zo’n
6 meter hoog op de foto te zetten. We konden het eerst niet goed thuisbrengen.
Was het een jager? Iemand met een lasso? Het bleek een eerbetoon te zijn aan
Mr.Edward Whymper, die als eerste bergbeklimmer ooit de Barre des Écrins beklom,
in 1864. Een piek van maar liefst 4.102 meter hoog en daarmee de hoogste berg
van het hele Massif des Écrins.
Om een uur of 11
reden we de parkeergarage binnen, aangeprezen als dé plek voor je auto als je
naar de markt of het stadscentrum wilde. We hebben nog nooit zo’n
verschrikkelijk naargeestige garage meegemaakt. Pikdonker allemaal. Het licht,
dat automatisch aan zou moeten springen als je er binnen rijdt, deed het niet
goed. Daarnaast waren de plaatsen ook niet bepaald ruim te noemen. Uiteindelijk
lukte het ons toch een fatsoenlijke plek te vinden, en konden we op verkenning
gaan. We kwamen eruit in een soort haveloos parkje, waar in de verste verte
niets deed denken aan een markt of iets van een stadscentrum. Uiteindelijk
vroegen we het maar aan iemand die daar rondliep, en die wees ons snel de weg.
Nu hadden we heus niet de illusie dat we iets zouden aantreffen dat ook maar in
de verste verte leek op de grandioze warenmarkt in Uzés, maar dit was wel het
andere uiterste. Wat een troosteloze boel zeg. Er was ook een deel overdekt, in
een soort fabriekshal, maar al met al waren we er gauw klaar mee. Op het enige
terrasje kreeg ik iets dat het midden hield tussen hoestdrank en motorolie, een
alternatieve cola. Mijn gewrichten kunnen heus wel wat smeerolie gebruiken, maar
dit ging toch vrijwel in zijn geheel retour.
Dit alles speelde zich af in de benedenstad. Bij het Bureau
du Tourisme wilden we wat meer info over hoe we boven konden komen. Lopen in de
hitte was een absolute no-go. Helaas was het kantoor gesloten, in verband met
de markt. Je verzint het niet. We vroegen het dus maar weer even aan een
willekeurig persoon, en die kwam niet veel verder dan ‘naar boven lopen’. Ok,
laat maar. De spelonken van de parkeergarage dus maar weer in, wat bevestigde
dat het ook bepaald geen vrouwvriendelijk exemplaar was. Op de tast je auto
zoeken, succes.
Wat nu? We besloten richting La Grave te gaan. Daar waren we
vorig jaar terechtgekomen in de stromende regen, en we wisten dat de weg
ernaartoe landschappelijk gezien de erg moeite waard was. Behalve dat het toen heel hard regende
waren we er ook in een heel ander seizoen, namelijk eind augustus. Dat maakte
een groot verschil in de vegetatie zagen we nu. Een en al bloemen langs de weg!
Wat een feest. Iets na enen kwamen we aan in het dorpje, lunchtijd. Bij het
hotel wat we al kenden van een jaar geleden aten we allebei een andere
regionale specialiteit: Bert een soort spätzle, ik een tartiflette (aardappelschotel
met heel veel Reblochon, uit de oven). Allebei vergezeld van een forse
hoeveelheid rauwe ham. De temperatuur buiten was een graad of 23, was dat getal
omgekeerd geweest hadden we het bij een salade gehouden. Het is tenslotte
winterkost. Maar het smaakte uitstekend.
De bergen waren intussen deels in nevelen gehuld. Hier en daar voegden witte wolken zich tot een staalmeesterskraag om de toppen. Tussen deze imponerende bergketens door, hier en daar gelardeerd met een tunnel (waarvan één geheel niet verlicht was), karden we terug naar de lappen katoen die op dit moment ons huis vormen. Een tent, groot of klein, het is natuurlijk niks. En toch, zodra je alles uit de zak hebt gehaald en opgezet wordt het je thuis. Rits dicht, en het is ‘just me, myself and I’. Wonderlijk hoe dat werkt.
Bij thuiskomst wachtte ons een verrassing. De buren, die eerst
zo zwijgzaam waren, voorzagen ons van verse tomaatjes uit hun moestuin. Even
later kwam madame (voor het thuisfront: sprekend Olga) met een bordje waarop
een vers geitenkaasje lag. Daar houdt u toch zo van, meneer? Bert had zich daar
gisteren inderdaad lovend over uitgelaten. Ik ook, maar dat telde niet. Nou ja,
we mochten het natuurlijk wel samen opeten.
We zitten hier nog steeds op een formidabel mooie plek. Maar
Briançon? Dat kan ons gestolen worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!