zaterdag 13 juni 2026

Dag 7 – vrijdag 12 juni: Stara Fuzina – Venetië (camping La Serenissima)

Afscheid nemen in de wetenschap dat je mensen nooit meer terug zult zien, behalve dan via videobellen (wat een zegen in dit geval!), valt niet mee. Toen we vanmorgen om 8 uur beneden stonden, de auto weer gepakt, was het moment toch echt daar. Uiteraard hebben we Joze en Marija voor de zoveelste keer uitgenodigd naar Groningen te komen, en ook voor de zoveelste keer in de wetenschap dat ze dat niet gaan doen. Het voelde ongemakkelijk, maar we deden allevier alsof het heel gewoon was. Dat is misschien ook maar het beste.

Vanmorgen vroeg was Marija nog even bij ons boven gekomen, om ons op het hart te drukken de boel niet al te netjes achter te laten. Natuurlijk deden we dat juist wel, het is op het moment al zwaar genoeg voor haar. We haalden dus de dekbedden uit de hoezen, de hoeslakens van het bed, de handdoeken uit de badkamer en de enkele theedoek uit de keuken en deponeerden alles in het washok een verdieping lager. Bert heeft daar ooit, onder hilarisch gelach van Joze, was gestreken. Hij heeft zich sowieso wel nuttig gemaakt hier, het huisje boven de picknickbank buiten (waar je echt in kunt slapen, vooral als je kind bent) in de menie gezet en de moestuin onkruidvrij gemaakt. Dit in de periode dat Marija bestraald werd in het ziekenhuis in Ljubljana, waardoor ze niet veel waard was. We brachten haar ook daarnaartoe, wachten tot ze klaar was en dan lunchten we samen ergens buiten de stad. Joze kon dat niet altijd doen, die had zijn werk als jachtopziener in het Triglav Nationaal Park.

Goed, met al deze herinneringen in het achterhoofd vertrokken we naar Italië, naar onze favoriete camping bij Venetië: La Serenissima. (Onze goede vriend Jan schreef ons onlangs: ‘Geluk is een herinnering, maar het omgekeerde is evenzeer waar’. En zo is het.)
Ook deze keer maakten we gebruik van de autotrein, die ons in ongeveer drie kwartier van Bohinsjka Bistricta naar Most na Soce zou brengen. Onvoorstelbaar dat dat nog steeds mag, in je eigen auto door stikdonkere tunnels op een platte kar achter een locomotief, maar het werkt wel. Voor €17,10 konden we nog nét het laatste plekje bemachtigen op de achterste wagon. Moest contant betaald, en net die 10 cent hadden we niet, maar die werd ons ruimhartig kwijtgescholden door de vriendelijke medewerker. Hij sjorde ondanks deze door hem geleden schade de wielen toch goed vast zodat we niet bij de eerste de beste bocht van de kar af vlogen.

Na deze letterlijke tunnelvisie goed doorstaan te hebben reden we door naar de grens. Onze vaste tussenstop in Canal, waar ze altijd van die geweldig lekkere taart hadden, was helaas ter ziele gegaan. In een plaatsje verderop namen we toen maar een cappucino. Het was even de vraag of die ook daadwerkelijk geserveerd kon worden, want terwijl wij een tafeltje zochten kwam er een hele klas pubers aan die allemaal een ijsje mochten kopen. Toch liep het redelijk vlot, de jeugd werd door de baas bediend en iemand anders ontfermde zich over de terrasgangers. In Slovenië is álles duur, behalve de koffie en het bier. We betaalden dus €3 voor twee koffie.

Onderweg hadden we onze tolbadge weer geïnstalleerd waardoor we zo door konden rijden in Italië. Zo handig! Mooi op tijd kwamen we aan bij de camping (ik geef nog steeds de voorkeur aan het woord ‘campground’, maar op een goed moment moet je ook maar meegaan met de stroom. Voor je het weet word je weggezet als boomer.

Gisteren had ik geprobeerd via de site te reserveren vanwege de korting die ze altijd geven als je online boekt, maar dat lukte niet. Heel gek, ik had het thuis nog even getest en toen lukte het wel. Ik heb ze maar even gebeld. Ze zijn altijd ontzettend vriendelijk, het is echt een familiebedrijf waar ze de klanten zien. En nee hoor, geen probleem, ze ging het even aantekenen en dan kwam het helemaal in orde. Nu, dat bleek ook. Achter mijn naam stond de korting al genoteerd. Klasse. We kregen een QR-code mee, daar konden we na invullen van een formulier naar Venetië zonder de verplichte toegang te betalen. We waren nu immers inwoners hier?

Nu kwam het eropaan een plek te vinden en de tent op te zetten. Dat eerste lukte wonderwel goed, we vonden een prachtplek helemaal achteraan op het tentveld. Dat we dan een halve kilometer moesten lopen naar de wc, het zij zo. Het tweede was even doorzetten. We hadden de auto grotendeels volgens vast stramien gepakt, maar de tentstokken waren op een of andere manier helemaal onderop terechtgekomen. Dus moest alles eerst eruit voor we van start konden. En ondanks het feit dat we al meer dan 7 decennia kamperen moesten we toch weer opnieuw bedenken hoe het ook alweer zat met de stokken, het slaapgedeelte en de juiste hoek van de scheerlijnen. Maar ach, we kregen het voor elkaar en na anderhalf uur stond niet alleen de tent te stralen, maar was ook alles ingericht voor een meerdaags verblijf.

Om half acht vervoegden we ons bij het restaurant, waar Bert zich dan eindelijk weer tegoed kon doen aan de pasta carbonara. Ik hield het bij de lasagne, ook niet verkeerd. Als voorafje deelden we een groot bord met caprese; tomaten, mozzarella en basilicum. Uiteraard voorzien van een goede olijfolie. Dit alles geflankeerd door de witte huiswijn, met een klein sprankeltje erin. Wat niet zo verstandig was: we namen ook een toetje. Bert iets met meringue en ik tiramisú. Die kwam helaas uit de vriezer en was daardoor te waterig (lees je mee, Hiske Versprille? Voor wie haar niet kent: ze is culinair recensent van de Volkskrant). Maar we waren de hemel te rijk. Zo’n prachtplek, zo rustig, zo groen.

Hier hoeven we voorlopig nog even geen afscheid van te nemen. Gelukkig maar, één afscheid op een dag is genoeg.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!