Update

Er is een update geplaatst: dag 29, 4 juli, ontbrak. Is nu alsnog toegevoegd

zaterdag 13 juni 2026

Dag 7 – vrijdag 12 juni: Stara Fuzina – Venetië (camping La Serenissima)

Afscheid nemen in de wetenschap dat je mensen nooit meer terug zult zien, behalve dan via videobellen (wat een zegen in dit geval!), valt niet mee. Toen we vanmorgen om 8 uur beneden stonden, de auto weer gepakt, was het moment toch echt daar. Uiteraard hebben we Joze en Marija voor de zoveelste keer uitgenodigd naar Groningen te komen, en ook voor de zoveelste keer in de wetenschap dat ze dat niet gaan doen. Het voelde ongemakkelijk, maar we deden allevier alsof het heel gewoon was. Dat is misschien ook maar het beste.

Vanmorgen vroeg was Marija nog even bij ons boven gekomen, om ons op het hart te drukken de boel niet al te netjes achter te laten. Natuurlijk deden we dat juist wel, het is op het moment al zwaar genoeg voor haar. We haalden dus de dekbedden uit de hoezen, de hoeslakens van het bed, de handdoeken uit de badkamer en de enkele theedoek uit de keuken en deponeerden alles in het washok een verdieping lager. Bert heeft daar ooit, onder hilarisch gelach van Joze, was gestreken. Hij heeft zich sowieso wel nuttig gemaakt hier, het huisje boven de picknickbank buiten (waar je echt in kunt slapen, vooral als je kind bent) in de menie gezet en de moestuin onkruidvrij gemaakt. Dit in de periode dat Marija bestraald werd in het ziekenhuis in Ljubljana, waardoor ze niet veel waard was. We brachten haar ook daarnaartoe, wachten tot ze klaar was en dan lunchten we samen ergens buiten de stad. Joze kon dat niet altijd doen, die had zijn werk als jachtopziener in het Triglav Nationaal Park.

Goed, met al deze herinneringen in het achterhoofd vertrokken we naar Italië, naar onze favoriete camping bij Venetië: La Serenissima. (Onze goede vriend Jan schreef ons onlangs: ‘Geluk is een herinnering, maar het omgekeerde is evenzeer waar’. En zo is het.)
Ook deze keer maakten we gebruik van de autotrein, die ons in ongeveer drie kwartier van Bohinsjka Bistricta naar Most na Soce zou brengen. Onvoorstelbaar dat dat nog steeds mag, in je eigen auto door stikdonkere tunnels op een platte kar achter een locomotief, maar het werkt wel. Voor €17,10 konden we nog nét het laatste plekje bemachtigen op de achterste wagon. Moest contant betaald, en net die 10 cent hadden we niet, maar die werd ons ruimhartig kwijtgescholden door de vriendelijke medewerker. Hij sjorde ondanks deze door hem geleden schade de wielen toch goed vast zodat we niet bij de eerste de beste bocht van de kar af vlogen.

Na deze letterlijke tunnelvisie goed doorstaan te hebben reden we door naar de grens. Onze vaste tussenstop in Canal, waar ze altijd van die geweldig lekkere taart hadden, was helaas ter ziele gegaan. In een plaatsje verderop namen we toen maar een cappucino. Het was even de vraag of die ook daadwerkelijk geserveerd kon worden, want terwijl wij een tafeltje zochten kwam er een hele klas pubers aan die allemaal een ijsje mochten kopen. Toch liep het redelijk vlot, de jeugd werd door de baas bediend en iemand anders ontfermde zich over de terrasgangers. In Slovenië is álles duur, behalve de koffie en het bier. We betaalden dus €3 voor twee koffie.

Onderweg hadden we onze tolbadge weer geïnstalleerd waardoor we zo door konden rijden in Italië. Zo handig! Mooi op tijd kwamen we aan bij de camping (ik geef nog steeds de voorkeur aan het woord ‘campground’, maar op een goed moment moet je ook maar meegaan met de stroom. Voor je het weet word je weggezet als boomer.

Gisteren had ik geprobeerd via de site te reserveren vanwege de korting die ze altijd geven als je online boekt, maar dat lukte niet. Heel gek, ik had het thuis nog even getest en toen lukte het wel. Ik heb ze maar even gebeld. Ze zijn altijd ontzettend vriendelijk, het is echt een familiebedrijf waar ze de klanten zien. En nee hoor, geen probleem, ze ging het even aantekenen en dan kwam het helemaal in orde. Nu, dat bleek ook. Achter mijn naam stond de korting al genoteerd. Klasse. We kregen een QR-code mee, daar konden we na invullen van een formulier naar Venetië zonder de verplichte toegang te betalen. We waren nu immers inwoners hier?

Nu kwam het eropaan een plek te vinden en de tent op te zetten. Dat eerste lukte wonderwel goed, we vonden een prachtplek helemaal achteraan op het tentveld. Dat we dan een halve kilometer moesten lopen naar de wc, het zij zo. Het tweede was even doorzetten. We hadden de auto grotendeels volgens vast stramien gepakt, maar de tentstokken waren op een of andere manier helemaal onderop terechtgekomen. Dus moest alles eerst eruit voor we van start konden. En ondanks het feit dat we al meer dan 7 decennia kamperen moesten we toch weer opnieuw bedenken hoe het ook alweer zat met de stokken, het slaapgedeelte en de juiste hoek van de scheerlijnen. Maar ach, we kregen het voor elkaar en na anderhalf uur stond niet alleen de tent te stralen, maar was ook alles ingericht voor een meerdaags verblijf.

Om half acht vervoegden we ons bij het restaurant, waar Bert zich dan eindelijk weer tegoed kon doen aan de pasta carbonara. Ik hield het bij de lasagne, ook niet verkeerd. Als voorafje deelden we een groot bord met caprese; tomaten, mozzarella en basilicum. Uiteraard voorzien van een goede olijfolie. Dit alles geflankeerd door de witte huiswijn, met een klein sprankeltje erin. Wat niet zo verstandig was: we namen ook een toetje. Bert iets met meringue en ik tiramisú. Die kwam helaas uit de vriezer en was daardoor te waterig (lees je mee, Hiske Versprille? Voor wie haar niet kent: ze is culinair recensent van de Volkskrant). Maar we waren de hemel te rijk. Zo’n prachtplek, zo rustig, zo groen.

Hier hoeven we voorlopig nog even geen afscheid van te nemen. Gelukkig maar, één afscheid op een dag is genoeg.




Dag 6 – donderdag 11 juni: Stara Fuzina

Na de hevige regenval van gisteren had vandaag de zon besloten weer een duit in het zakje te doen. Maar omdat het overal nog wel goed nat was, leek een wandeling door de Vintgarkloof ons niet zo verstandig. Daar loop je veel over vlonders, en die kunnen goed glad worden. In plaats daarvan maakten we dus maar een toertje met de auto, door het Pokljuka gebergte. Daar valt niet heel veel over te vertellen, behalve dat het in de bergen was. Maar dat gaf de naam al aan. De inspiratie was ook een beetje op bij ons. Been there, done that, zoiets. 

Hierna vroegen we eerst bij het toeristenbureau de tijden van de autotrein op, die ons morgen van hier naar Most na Soci moest brengen, en daarna namen we ter afscheid van Bohinj nog een drankje op een terras. Later die middag schoven we aan bij Marija en haar neef Rock, op de nieuwe veranda achter het huis. Marija had cake gebakken met kruiden uit de tuin erin, heel bijzonder. We kletsten een tijdje, maar het viel op dat Marija erg moe was. Dat klopte ook wel, ze heeft al jarenlang een ernstige ziekte onder de leden en het is in feite nog een wonder dat ze er nog is. De neef was er om te helpen met het schoonmaken omdat ook dat voor haar alleen te zwaar is. Normaal gesproken doet een van de kleindochters dat ook, maar die was net drie dagen daarvoor bevallen van dochter Liza, wat Marija tot overgrootoma maakte.

We stonden voor een dilemma. Waar gingen we eten? De keuze is niet heel groot, er zijn enkele zogenaamde vreetschuren waar je weliswaar je geld kwijt bent maar het eten echt ondermaats is, of, nou ja, je raadt het al, terug naar Srednja Vas waar we gisteren zo voortreffelijk gegeten hadden. In feite helemaal geen dilemma dus. Deze keer konden we buiten zitten, op het terras naast de bergbeek. Dat was eigenlijk iets te optimistisch, want nog best fris hoewel het aan drie kanten dichtgemaakt was met transparant plastic. Maar met een jasje erbij ging het goed, en het had natuurlijk wel extra charme. We bestelden iets te drinken, maar het bronwater dat we gisteren automatisch op tafel kregen mocht niet geserveerd worden: door de heftige regenval was het te vervuild geraakt. Dan maar een fles. Bert nam opnieuw de forel, die hier per 10 gram berekend wordt, en ik ook forel maar als filets op een bedje van risotto. Daarin zaten knapperig verse groentes verwerkt, erg lekker. Saai als we zijn namen we dezelfde toetjes weer met koffie toe, en bij het opdienen ervan kwam er één glaasje sterke drank met een pruim erin op tafel. Slivovitch natuurlijk. De kelner wist dat ik niet dronk omdat ik moest rijden, en bood me iets aan met minder alcohol, maar ook daarvoor bedankte ik vriendelijk. Waarop Bert zei dat hij dan wel voor twee genoot. Bij het afrekenen, binnen, schonk de kelner nóg eens twee glaasjes in. Eén voor hemzelf, en één voor Bert: om samen te proosten. Wat een mooi afscheid. 
Het was onze laatste dag hier, en we konden met zekerheid zeggen dat het ook de allerlaatste keer geweest was.

Thuisgekomen was alles donker, het was duidelijk dat onze vrienden echt de pijp uit hadden. Goed voorbeeld doet goed volgen, en aan die regel hielden we ons maar.

Waar laat je je hond als hij niet lopen wil? Nou, gewoon op je rugzak! 


Dag 5 – woensdag 10 juni: Stara Fuzina (Ljubljana)

Eerst nog even een update over onze tocht gisteren: het was 7,8 km, met een hoogteverschil van 220 m. Dat jullie het maar even weten. Peanuts natuurlijk voor wandelaars zonder fysieke gebreken.

Het zou een regenachtige dag worden, en deze voorspelling bleek helaas de zuivere waarheid. Dat is ook het nadeel als je in een berggebied zit, het blijft lang hangen in de dalen. Omdat het al lang geleden was dat we Ljubljana bezochten besloten we daar vandaag dus maar naar toe te gaan, met o.a. het Museum voor Moderne Kunst als doel. Daar zou het in elk geval droog zijn, en bovendien waren we er nog nooit geweest. Zo gezegd zo gedaan. Hoewel Marija ons sterk aanraadde met de bus te gaan namen we toch gewoon de auto, de bus deed er minimaal 2 uur over en dat vonden we toch te lang. Kostentechnisch zou het ook niet kunnen, openbaar vervoer is hier niet heel goedkoop.

Na iets meer dan een uur reden we de parkeergarage binnen, Kongresni TRG geheten. Heel handig, de vrije plaatsen werden met groene lampjes aan het plafond aangegeven. Omdat het inmiddels lunchtijd was en de straten vergeven van terrassen, hadden we ruime keuze. Ons oog viel op een Mexicaans restaurant, waar ze aan ons tafeltje ter plekke een heerlijke guacamole bereidden. Met een bak maistortillaschips erbij konden we er daarna wel weer even tegen. Van enige regen was hier trouwens niets te bekennen, het was stralend weer.

Het museum was op 5 minuten lopen. We kregen ongevraagd weer seniorenkaartjes – wat is dat toch tegenwoordig, ik denk echt dat we aan de botox moeten als we terug zijn! – en voor een luttele 7 euro mochten we naar binnen. Ik hou zelf erg van kleinere musea, en hoewel dit groot en hoog oogde was het aantal zalen beperkt. Er was één zaalwacht, vermoedelijk een student, die uitgezakt op een stoel niet zozeer de bezoekers en de kunstwerken in de gaten hield dan wel zijn eigen telefoon. De expositie bestreek de ontwikkeling van de moderne kunst in Slovenië, ingedeeld in periodes. Eerlijk gezegd waren we niet erg onder de indruk. Het was in onze ogen voornamelijk sterk beïnvloed, haast nagedaan, door de grote namen zoals Monet, Picasso en Mondriaan. Enkele mooie stukken waren er zeker, maar na drie kwartier hadden we het allemaal wel gezien. Gaf niks, we wilden ook nog wat meer van de stad bekijken.

Het eerste waar we tegenaan liepen, praktisch naast het museum, was een grote kerk. Katholiek, dachten we. Maar dat bleek niet zo te zijn. We zagen alleen maar iconen, een hele kerk vol! Het bleek een Oosters - Orthodoxe kerk te zijn, en daar zijn slechts tweedimensionale afbeeldingen toegestaan. Het was me al opgevallen dat een duidelijk frequent bezoeker de kruisjes ‘andersom’ sloeg. Eerst rechts, dan links. Deze man had er in deze kerk een behoorlijke dagtaak aan, want hij had zich ten doel gesteld na die handeling echt álle iconen te kussen. Tja. Hoe dan ook, we waren onder de indruk.

De markthal, waar we graag naar toe wilden, was gesloten. Dus beperkten we ons tot een stadswandeling, waarbij we constateerden dat het vergeleken met ons laatste bezoek in 2011 flink opgeknapt was. In het voetgangersgebied was je je leven niet zeker, niet zoals bij ons door fatbiketerreur (kandidaat voor woord van het jaar, wat ons betreft), maar door elektrische stepjes die met een rotgang al slalommend het wandelend publiek de stuipen op het lijf joegen. Maar we trokken ons er niets van aan en liepen met een ijsje in de hand (op verzoek van Bert moet ik hier even melden dat hij altijd vanille neemt, waarvan acte 😉) langs de rivier waar niets meer doet denken aan het Oostblokverleden.

’s Avonds reden we naar Srednja Vas, een dorpje vlakbij Stara Fuzina. Daar zit sinds een aantal jaren Gostlina Pri Hrvatu, waar ze fantastisch koken. Even er naar toe rijden vraagt overigens heel wat stuurmanskunst, en dat heb je nodig voor alle dorpjes in Slovenië. De straten zijn berekend op paard en wagen, niet op de paardenkrachten van het huidige wagenpark. Dat betekent dat je door poortjes moet die net 5 cm breder zijn dan je auto en zie daar maar eens ongeschonden doorheen te komen. Marija vertelde dat zij allemaal blikschade hebben daardoor, en het mag een wonder heten dat wij eraan ontkomen zijn. Rijdend met ingeklapte spiegels, allebei een kant in de gaten houdend, af en toe STOP roepend en dan nog net 2 millimeter speling hebbend is het toch gelukt. Ja, laat ons maar schuiven. Of rijden. Of schuifelend rijden.

Het eten overtrof alles, ik kan niet anders zeggen. Hiske Versprille zou het ongetwijfeld beamen en het is dat het zo’n eind rijden is anders zou ik haar zeker een aanbeveling sturen. Hier moeten de vegetariërs even stoppen met lezen. Bert had een voortreffelijk gegrilde forel, die springen hier bijna vanzelf uit de rivier op je bord, met daarbij al een even goed bereidde mix van gekookte aardapppelen met spinazie. Er zat nog iets doorheen wat extra veel smaak was, maar we kwamen er niet achter. Ik ging, na enige aarzeling want het was moeilijk kiezen, voor het lamsvlees. Nog nooit in mijn leven heb ik zulk zacht, mals en verrukkelijk lamsvlees gegeten. De bijbehorende saus was hoog op smaak, dat is tegenwoordig haast nergens meer zo, en combineerde meer dan uitstekend met de gegratineerde aardappel die in drie bollen ernaast lag. De gekaramelliseerde witlof, zacht van buiten en knapperig van binnen, maakte het tot een voltreffer eerste klas. We sloten dit godenmaal af met een perfecte crème brulée (Bert), en een mousse au chocolat, deels bestrooid met crumble, en een laagje frambozencoulis. We complimenteerden de kok, 5 sterren. De rekening van dit alles? Inclusief 2 glaasjes wijn €85. Kom daar maar eens om in Nederland.

Intussen hadden de weergoden ook van zich laten horen, het onweerde en stortregende dat het een lieve lust was. In ons appartement had Marija dan ook alle ramen dichtgedaan en de kussens van de veranda-stoelen binnengehaald. We registreerden het nog net, maar gaven ons al snel over aan Morpheus die ons liefdevol in zijn armen nam.



N.B. Zoals jullie gemerkt hebben loop ik wat achter met de verslagen. Het lukt gewoon niet altijd om elke dag iets te schrijven. Geen reden tot ongerustheid hoor.









donderdag 11 juni 2026

Dag 4 – dinsdag 9 juni: Stara Fuzina (Mostnica Gorge)

Wat laat je het eerste in de steek als je ouder wordt? Je evenwichtsorgaan. Wat moet je dan niet doen, als je daar last van hebt? Een kloof lopen, met klauteren over grote rotsblokken en enorme boomwortels langs steile afgronden met bovendien een flinke stijging. Wat deden wij? Juist.

Het was voor mij een vuurproef, populair ook wel personal challenge genoemd, de wandeling door de Mostnica kloof. Zou ik het kunnen? Een wandeling van bij elkaar zo’n 8 kilometer, met letterlijk nogal wat struikelblokken en andere uitdagingen? We kenden deze tocht goed, hadden hem in 2023 ook nog gelopen. Deze keer, voorzien van twee nieuwe heupen die het weliswaar goed deden maar ook hun beperkingen kenden in vooral het spier- en peesskelet eromheen, was voor mij echt een ultieme proeve van bekwaamheid. Ik wilde het zo graag nog kunnen allemaal. Dus togen we om een uur of één op pad vandaag, nadat het weer droog was geworden want de regen kwam ’s morgens nog met bakken uit de lucht.

Het mooie van deze wandeling is dat je hem gewoon vanuit ons huis kunt lopen. Zodra je het dorp uit bent kom je al op de route. Het eerste gedeelte, over een onverhard pad en later over grove kiezels, was makkelijk. Het was wel meteen aardig stijgen, maar dat kostte ons geen moeite. De temperatuur werkte mee, na de regen was het lekker opgefrist. We liepen in een flink tempo door tot het officiële startpunt. Dat is een kiosk waar je moet betalen, zoals voor alles hier. Gelukkig mochten we door voor het seniorentarief, en na betaling van €5 voor ons samen konden we de weg vervolgen. We liepen lekker door, en tot mijn verbazing had ik helemaal nergens last van. Pijn? Nee, nergens. Dat alleen al gaf zo’n goed gevoel. Gaandeweg werd het parcours wat zwaarder. Omdat het geregend had liep er hier en daar water over het pad, en wel zoveel dat je moest kiezen tussen natte voeten of van steen naar steen springen. Hier en daar was ook een glibberig bruggetje aangelegd, bestaande uit een paar planken naast elkaar. Goed, ook daar kwamen we overheen. Ik had wel mijn stokken mee, en die bleken ook nog eens uiterst handig als extra handje: Bert sprong eerst, nam mijn stokken aan en stak die vervolgens uit naar mij zodat ik ze vast kon pakken. Net dat steuntje dat ik nodig had om niet te vallen. Hier en daar moesten we ook over grotere rotsblokken klimmen. Allengs kwamen we hoger en hoger. Het werd al aardig zwaar, maar gelukkig hadden we al bedacht dat we het laatste stuk af zouden snijden om over de weg naar de berghut te lopen. We waren bij de laatste brug, vlakbij die doorsteek. Nog even doorzetten. Nou, vergeet het maar: afgesloten! Toen hadden we twee keuzes die allebei eigenlijk niet geschikt waren. Zelfde weg terug, maar dat zou een pittige afdaling worden, of doorgaan omhoog. Juist het lastigste en steilste stuk, met veel stenen en boomwortels, deels langs de afgrond. Eerder waren we al mensen tegengekomen, Nederlanders, die vroegen ‘weet u wel zeker dat u door wilt gaan? Het wordt alleen maar moeilijker!’ Met ware doodsverachting stortte ik me op het pad naar boven (dat klopt natuurlijk niet, storten doe je naar beneden). Mijn hoogtevrees hielp ook niet echt. Op handen en knieën lukte het me toch over de hoge rotsblokken te komen. Bert speelde een heldenrol in het verhaal, die trok me gewoon omhoog als dat nodig was. Voor hem was het ook heel zwaar omdat hij redelijk uit z’n evenwicht raakte, steeds als hij om moest draaien om mij te helpen. Achteraf was het niet echt verantwoord. Maar op een of andere manier, met af en toe lood in de schoenen, lukte het ons om de hut te bereiken. Halleluja.

We gooiden er flink veel vocht in en een stuk cheesecake met bosvruchten, en hadden direct al besloten over de verharde weg terug te lopen. Dat was na de inspanning van net ook nog best een zware tippel, waar bij het afdalen de knieën flink belast werden. Maar we deden het, met af en toe een rustpauze op een bankje. Om 17.50 liepen we het dorp weer binnen.

We waren zo kapot dat we met schoenen en al op het bed ploften. Daar bleven we een tijdje liggen, tot we honger kregen. Bij het meer, waar de avondzon het licht in plukjes verstrooide op het water en de omliggende bomen, kregen we een mooi plekje. We aten een pakje gesmolten cheddarkaas, gelardeerd met een half pakje boter en hier en daar een pluk tomatensaus. Dit alles op een iets wat een pizzabodem zou moeten zijn. Werkelijk niet te eten. Van eerdere bezoeken herinnerden we ons dat de pizza’s hier best ok waren, maar dit was ronduit smerig. Het ging dus niet op, zelfs niet voor de helft. Maar de koffie erna was lekker, de avond vredig en het lijf moe maar voldaan. We hadden ons evenwicht weer hervonden.














dinsdag 9 juni 2026

Dag 3 - maandag 8 juni: Stara Fuzina

 In een zeer traag tempo begonnen we aan de dag, nog redelijk gekraakt door de lange reis. Het loopje naar de Spar, drie minuten van ons vandaan, leverde lekkere croissantjes op en daarmee konden we wel weer even vooruit. Echt veel plannen hadden we niet vandaag. Bijkomen, beetje lezen, beetje schrijven. Niet echt spectaculair.

Om een uur of twee, lekker weer op het heetst van de dag zoals gewoonlijk, liepen we naar het meer. Beetje klimmen, beetje dalen. Normaal gesproken een wandeling van niks, maar voor mij na mijn twee heupoperaties toch wel even een dingetje, om het maar populair te zeggen. Na een half uurtje kwamen we bij de uitspanning aan het water, waar we al vele malen eerder gezeten hadden. Het grootste verschil: het was er nu behoorlijk druk. Zoals overal hier tegenwoordig. Gelukkig kwam er net een tafel vrij, met uitzicht op het meer, wij blij. Dat duurde echter niet lang, we mochten er alleen zitten als we ook wilden lunchen. Nou nee, dat was niet de bedoeling. Iets drinken kon alleen ergens achterin, een beetje weggestopt onder een overkapping. Dat deden we dus maar. Na de vochthuishouding weer op orde gebracht te hebben liepen we weer terug, langs het water waar het gezellig druk was. Slovenië heeft een flinke boost gekregen van het toerisme, dat is wel duidelijk. Niet alleen zijn de prijzen een stuk hoger, vergelijkbaar met Nederland, maar ook wordt er werkelijk overal ge- of verbouwd. Er wordt hier nu ook verhuurd via Booking.com, waar het eerder vanuit de communistische gedachte allemaal nog via het plaatselijke toeristenbureau verliep. Zo zijn wij hier dertig jaar geleden ook terechtgekomen.

’s Avonds kregen we een pannetje soep van Marija, en dat kwam goed uit want echt veel trek hadden we niet. Samen met het restant van de krentenbollen uit Nederland was het precies genoeg voor ons. We liepen nog even naar de snackbar voor een ijsje, maar helaas werd de ijsverkoop pas in juli gestart. Jammer! Dan maar een ijsje van de supermarkt die gelukkig nog open was. Beter iets dan niets.

Op onze veranda zaten we nog lang te lezen en te kletsen, met een glas wijn erbij. De zwaluwen vlogen af en aan tot het begon te schemeren. Voor ons was het een heerlijk rustige dag, precies wat we nodig hadden na twee lange reisdagen. En met 6 km in de benen toch ook weer wat actief. Een beetje saai, dit verhaal? Klopt. Maar het dekt wel de lading zoals ik aan het begin al schreef: weinig spectaculair.



Het nieuwste project van Joze: de veranda




maandag 8 juni 2026

Dag 2 - Zondag 7 juni: Königsberg – Stara Fuzina

‘Möchten Si Wurst und Käse?’ Wat een goede vraag! Meestal krijg je in Duitsland ongevraagd een bak vol spek, worst, kaas en smeerkaas bij het ontbijt, terwijl wij aan een broodje met een beetje boter en jam genoeg hebben. We konden dat nu tenminste aangeven. Er werd nog wel een kommetje versgesneden aardbeitjes gebracht, blijer kun je mij niet maken. Kortom, een geslaagde start van de dag.

Twee jaar geleden hadden we op dit traject heel veel vertraging gehad door werkzaamheden aan de Tauern Autobahn, en dan met name aan de tunnels, maar dat was voor het grootste deel nu afgerond dus we konden aardig doorrijden. En met de adaptieve cruise control in gebruik hoefde je eigenlijk alleen nog maar te sturen. Desondanks was het een lange rit, en we waren blij dat we na een uur of wat een stopplek vonden. Bij, jawel, McDonalds. Iets anders was er niet, en het was er dus smoordruk. Maar met de digitale bestelborden is het lange wachten verleden tijd, en voorzien van een grote bak koffie voor Bert en een eveneens grote beker milkshake voor mij konden we ons vermaken met alles en iedereen wat we langs zagen komen. Zo was er een grote scoutinggroep, allemaal in korte leren broeken gekleed. Het waren naar de letter dan wel Lederhosen, maar ze leken in niets op het gelijknamige kledingstuk dat bij de Oktoberfesten hoort. Ook werd er ontzettend veel gerookt, en in iets mindere mate gevapet. Maar ik zie dat bij ons ook weer veel meer, zeker bij de jongere generatie. Elke donderdag, als ik de school binnenloop waar ik vrijwilligerswerk doe, moet ik me door een massa paffende studenten heenwerken. Dr.Meinsma zou zich omdraaien in zijn graf.

Na ik-weet-niet-hoeveel-tunnels kwam als afsluiter de Karawanken tunnel, 8 kilometer lang. Gelukkig hebben we geen tunnelangst, anders hadden we deze reis sowieso beter niet kunnen doen. We reden Slovenië in en het voelde direct weer als thuiskomen. Marija en Jože konden ook hun geluk niet op, het werd weer een allerhartelijkst weerzien.

Nadat we onze spullen in het ons zo vertrouwde appartement hadden gezet konden we beneden het nieuwe project van Jože bewonderen. Een stuk asfalt, waar ze af en toe een auto op parkeerden, had een complete metamorfose ondergaan. Het was een gigantisch overdekt terras geworden. Het dak werd gedragen door enorme balken, en al het hout kwam van zijn eigen bomen. Schitterend. 
Terug in de woonkamer stond er in no time een maaltje voor onze neus van soep, sla uit de moestuin en rijkelijk aangemaakt met knoflook, stoofvlees en vers gebakken frietjes. Later liepen we nog naar hun moestuin, waar hij óók al bezig was geweest. Een tuinhuisje voorzien van bedden, koelkast, tafel en stoelen, met om de hoek een complete wc. Alles voorzien van zonnepanelen en een piepklein windmolentje op het dak. Net als de nieuwe veranda bij hun huis was ook hier alles van het hout uit eigen bos gemaakt. Hij had bepaald niet stilgezeten afgelopen jaren. Bedenk, de man is 80…maar dat is het nieuwe 70. Dat weten we langzamerhand wel.

Tijd om te gaan slapen. Het was wat je noemt een pittig dagje geweest. Morgenvroeg ga ik mijn vaste loopje naar de winkel maken, om iets voor het ontbijt te halen. Zónder worst en kaas, uiteraard.

Uitzicht vanaf onze veranda






                                                        

Dit is het origineel....

....en dit maakte onze schoonzoon ervan...met als bijschrift 'jullie zijn niet in Slovenië, jullie zijn in Friesland'...Help! AI neemt zelfs onze reis over! We weten niet zo goed wat we hier van moeten denken 😕maar vonden het ook wel weer grappig



Dag 1- Zaterdag 6 juni: Groningen - Königsberg (Beieren)

Een spraakbericht van Whatsapp, een week of wat geleden. Marija, uit Slovenië. Al was zij het niet zelf die ingesproken had, maar haar dochter. Tussen het geroezemoes door kon ik het nog net verstaan: ‘Hi Saskia, Vesna here! Yes, we all want stroop! One for my parents, one for me, one for…’ Onderbroken door Marija, die ook haar zegje deed: ‘No no, more please! We want more stroop! The yellow one is the best!’ Wij moesten heel hard lachen, en ik stuurde een berichtje terug: ‘Are you all drunk, or what???’

Het ging om appelstroop. Al jarenlang vragen ze ons om appelstroop mee te brengen, en twee jaar geleden deden we dat in ruime mate. Tien potten namen we mee, van alle merken en supermarkten die we vinden konden. Ze hadden dus hun keuze kunnen maken, en die viel op de Timson van AH.

Aldus gewapend met 6 blikken stroop in de bagage vertrokken we zaterdagochtend om 9 uur. Net daarvoor hadden we de kleinkinderen, nog allemaal in pyjama, hun zomervakantieboek kunnen brengen. Dat is langzamerhand traditie geworden, en in plaats van ‘voor je rappport’ hebben we er nu ‘voor de vakantie’ van gemaakt.

Over de rit zelf valt niet veel te vermelden. We stopten zoals gewoonlijk bij een Autohof om te tanken, en later nog een keer voor een bak koffie. Even dachten we toch in Amerika te zijn, het was een nieuwe keten genoemd Dizzy Miss Lizzy, of in elk geval zoiets. We werden bediend door een chinees meisje dat eruit zag als een pop uit een tekenfilm van The Sound of Music; een jurkje met ballonrok en polkastippen. Het was wachten tot ze, zoals een figuurtje op een speeldoosje, een rondje ging draaien. Alleraardigst.

Om 16.15 kwamen we aan in Königsberg, waar we al eerder geweest waren. Het leek weer alsof we een prentbriefkaart binnenreden. Het is een heel oud en goed gerestaureerd plaatsje waar alle huizen versierd zijn met klimrozen in alle mogelijke kleuren. Een feest om te zien. In de herberg was gelukkig ,plaats voor deze twee zwervers, en we kregen een keurige eenvoudige kamer op de eerste verdieping. Voor wie nog een restje laminaat heeft liggen hier een tip: bekleed je plafond ermee. Gladde vloeren vinden we altijd fijn maar dit hadden we nog niet eerder gezien. Het was even oefenen voor we er daadwerkelijk op konden lopen, maar de aanhouder wint. Op de vloer lag gewoon vloerbedekking. Tja, dat dan weer wel.


We maakten een rondje door het stadje, op zoek naar honing. Wat? Ja, honing. We weten niet alleen waar Abraham de mosterd haalt, maar ook waar je goede honing zoeken moet. Hier dus, op een stoepje, vonden we net als twee jaar geleden enkele potten bio-honing in een kratje staan. Eén potje was voor ons genoeg, en we betaalden door cash geld in het bijbehorende kistje te doen. Dat gewoon open was. Wat een vertrouwen hier nog in de mensheid

In het hotel was een besloten bijeenkomst aan de gang, een bruiloftsfeest. Tussen de gasten door maakten ze voor ons een tafeltje vrij op het terras zodat we onder het eten van het schouwspel konden genieten. Gratis entertainment.

We hadden de pijp wel uit, en er wachtte ons morgen weer een flinke rit, dus doken we er vroeg in. Morgen maar eens kijken of de familie in Slovenië de roes inmiddels uitgeslapen had.







Zoekt iemand nog een opknapper?