dinsdag 16 juni 2026

Dag 10 - maandag 15 juni: Venetië

Zomer 2010. We zijn in New York, op het moment dat de WK-finale Nederland-Spanje gespeeld gaat worden. Dat wilden we wel eens meemaken, en zo kwamen we uiteindelijk terecht in een striptent op Times Square, voor de gelegenheid omgebouwd tot bioscoop. Op de grond zittend tussen landgenoten en Spanjaarden juichten we allemaal even hard bij een goede actie, ongeacht van welke ploeg het kwam. Naderhand namen de Spanjaarden het hele plein in bezet om de overwinning te vieren. Het was een geweldige ervaring.

Het WK dat nu speelt laat ons koud. Al die idiotie eromheen, de krankzinnige acties van die ene man die niet alleen in de hele wereld zijn greep houdt maar bovenal iedereen schoffeert, laat maar. Toch wordt er hier op de camping niet door iedereen zo over gedacht. Een stel Duitsers, duidelijk wél fan, heeft in de gigantische voortent van hun al even gigantische caravan een laken opgehangen en een beamer geïnstalleerd. Elke voetbalavond is het raak, en de naaste buren kunnen ongevraagd meegenieten. Maar dat is dan ook meteen de enige smet op dit terrein. Wij staan een heel eind verder, op het tentenveld en horen er verder niets van.

Tot op het laatste moment hebben we getwijfeld: gaan we naar de Biënnale, beeldende kunst deze keer, of laten we het aan ons voorbijgaan? Wat we erover gelezen hadden kon ons niet echt overtuigen, en we wisten uit ervaring dat het een hele onderneming was. Eerst met de bus naar de stad (en maar hopen dat je kon zitten), dan met een ongetwijfeld afgeladen en schommelende vaporetto naar het terrein, naar de ingang lopen om de kaartjes te laten scannen: dan had je er al anderhalf uur opzitten. En dan moest de dag nog beginnen. Op beide locaties (Il Giardini en het Arsenal) zijn de afstanden groot. Op dat soort dingen zit mijn lijf niet echt te wachten. ’s Avonds in omgekeerde volgorde terug naar de camping, en dan kon je zeker rekenen op een stampvolle bus. Kortom, gisteravond besloten we definitief niet te gaan.

Wat dan wel? Op het lijstje stond een bezoek aan het Guggenheim in Venetië zelf. We waren er al vaker langsgevaren maar hadden het nog nooit bezocht. Dus pakten we vanmorgen alsnog de bus. Bij de halte stond slechts één ander stel te wachten, Duitsers met een klein hondje. Onderweg maakte de man werkelijk van alles foto’s, naar schatting moesten dat er bij elkaar wel een paar honderd geweest zijn. Wat zou hij daar uiteindelijk mee doen? Ik had nog net een plaatsje verderop gevonden, naast een dame die korzelig reageerde toen ik vroeg of ze me erlangs wilde laten. Tegenover mij zat een jong stel, ik denk een jaar of 18. Een leeftijd waarop alles nog open ligt en je de wereld met open vizier tegemoet gaat. Zij staarde echter zonder enige levenslust uit het raam, terwijl zijn relatie met zijn telefoon een stuk stabieler leek dan die met zijn vriendin. Om haar desondanks te verzekeren van zijn liefde legde hij af en toe even zijn hand op die van haar, waarop zij hem een verveeld knikje gaf.

Aangekomen op het centrale plein liepen we in eerste instantie de grote, vrij nieuwe brug over richting binnenstad. De Duitsers vroegen of ze met ons mee mochten lopen, ze hadden geen idee waar ze heen moesten. Wij hadden zelf al vrij snel door dat dit voor ons niet de goede route was, dus wezen we ze enigszins de weg en keerden om. Daarbij botsten we bijna op iemand die je ‘tot slaaf gemaakte’ zou kunnen noemen. Iemand die duidelijk niet van dit continent was, en aan alle kanten door verguisd wordt, niet in de laatste plaats in Nederland. Hij duwde met de grootst mogelijke inspanning een karretje een voor een de treden op van de lange, hoge trap, met daarop zeker veertig trolleys van hotelgasten. Het zweet gutste aan alle kanten van zijn lijf. Plaatsvervangende schaamte voelden we. Niet dat het iets hielp, en waarschijnlijk had de arme man het geld ook gewoon hard nodig wat het in feite nog erger maakte.

Het was iets van 2 km lopen naar het museum. Niet ver, maar in Venetië bestaat de weg voor een flink deel uit grotere en kleinere trapjes zodat onze beenspieren goed getraind werden. Verder was het een wonderlijk kruip-door-sluip-door, door steegjes die de naam nauwelijks waard waren. Maximaal 80 cm breed soms. We streken al snel ergens neer om het vochtgehalte op peil te brengen, wat lukte tegen betaling van €7,50. Het was daar lekker zitten, diepe schaduw en een beetje wind. Omdat het gros van de toeristen naar het San Marcoplein trok konden we onderweg ook in alle rust genieten van dat wat Venetië groot gemaakt had: het water en de bootjes. Echt leuk om te zien.

Het museum zelf was een pareltje. Ten eerste al het gebouw. Vroeger een Palazzo, later door Peggy Guggenheim omgebouwd tot woonhuis. De kamers daarvan vormen nu het museum. Het huis bestaat uit ,twee delen, gescheiden door een binnentuin. Het ene deel gaf plaats aan werken van jonge kunstenaars uit Londen, uit de Londense periode van Peggy, het andere deel bevatte een collectie van beroemde kunstenaars als Picasso, Légèr, Kandinsky, Mondriaan, Brancusi, Calder en vele anderen. De beelden in de binnentuin, omringd door geurende Toscaanse jasmijn, ook al zoiets moois. Aan de achterkant grenst het gebouw aan het Canal Grande. Gezeten op een muurtje hebben we ons daar ook de nodige tijd vermaakt met het kijken naar al het waterverkeer.

Terug naar de bus pauzeerden we een tijd op een pleintje. Gewoon lekker zitten en mensen kijken. De bus stond al te wachten, dus we konden zo inschuiven. Dit was een ander type dan die van vanmorgen, hier moesten we ons goed vasthouden als we de bocht doorgingen. Anders zouden we van onze stoel vliegen. Terug op de camping zagen we hoe er zowaar nóg een tent werd opgezet. Door, jawel hoor, oudere Nederlanders. Echte diehards dus.

Natuurlijk kookten we niet zelf, dat komt in Frankrijk wel weer. Bert hield het weer bij de carbonara, ik had zo’n behoefte aan groen dat ik een bak konijnenvoer bestelde. Ach, dat klinkt wat denigrerend, maar als je voornamelijk ijsbergsla met een blik tonijn erin en een verdwaalde olijf erbij krijgt, en die bovendien zelf moet aanmaken met wat zakjes balsamico en olijfolie, dan vraag je je toch wel even af hoe het nu eigenlijk zit met die beroemde Italiaanse keuken. Gaf niks, we zaten er prima. Aardige mensen, lekkere wijn, heerlijk weer. Terug naar de tent passeerden we de WK-fanaten. Totale stilte. Ik denk WK-moe.




Dit was niets vergeleken bij de man die de koffers moest verplaatsen





 

1 opmerking:

  1. Ach Guggenheim Venetië, goede herinneringen aan uit ergens begin jaren 80. Een weekje in Venetië , en helaas nog nooit de Biennale bezocht :-). Ik herinner met van Guggenheim een prachtig beeld van Marino Marini, een man te paard, schitterend best groot beeld in de binnenplaats. Staat die er nog? Groet en goede reis verders.

    BeantwoordenVerwijderen

Wij vinden het leuk als jullie een reactie achterlaten!