Code oranje: echte hittegolf. Meestal 35 – 40 °C, minstens 3 dagen én 3 nachten. ’s Nachts 20 – 24 °C. Je kunt er goed last van hebben.
Code geel: vaak 32 – 36 °C overdag, soms maar 1 – 2 dagen, of wel heet overdag maar redelijke nachten.
Aldus de verklaring van de Franse overheid m.b.t. de weercodes.
Goed, wij zitten dus in code geel en vooralsnog is dat heel goed te doen. Niet in de laatste plaats omdat we ons programma erop aanpassen. We vertrekken ’s morgens niet al te vroeg, het blijf hier zeker tot een uur of twaalf onder de 25 graden. Daarna een road trip (ik bedoel natuurlijk een tochtje met de auto, maar dat klinkt zo suf) in de airco. Eind van de middag weer terug, en dan is het hier alweer aangenaam.
Vandaag reden we naar een gebied in het Parc des Écrins. Dat hadden we niet helemaal zelf bedacht, het kwam van onze buurman (die gewoon een vriendelijke behulpzame man bleek). Toen hij ons op de kaart zag kijken kwam hij direct met ideeën voor mooie routes. En deze sprak ons wel aan. Dus zetten we koers naar het plaatsje Névache, iets ten noordwesten van Briançon. De man had geen ongelijk. Het was een rustige weg, dwars door de bergen. Bij Névache kon je nog een klein weggetje in dat we helemaal uitreden tot we niet verder konden. Onderweg stapten we natuurlijk waar het maar kon even uit om de omgeving in ons op te nemen die niet te hachelen was, en dan het tegenovergestelde (ik kan geen superlatieven meer bedenken). Bij elkaar deden we er zo’n anderhalf uur over. Het fijne van deze oorden is dat er altijd wel een berghut is, en ook deze keer klopte dat. We kregen een plekje aan een van de picknicktafels en Bert vroeg naar een donker biertje. Ze hadden dat wel, maar alleen een grote fles. Ach, ok, doe maar. Toen er een fles van 75cl op tafel kwam schrokken we toch een beetje. Dat was wel erg veel, want ik nam er geen slok van. Ik hou gewoon niet van bier. Maar we zouden wel zien. We deelden wederom een omelet, deze keer rijkelijk gevuld met de plaatselijk Tomme, een regionale kaas van rauwe koemelk. Het valt me voor de zoveelste keer op dat vegetariërs slecht bediend worden in Frankrijk, maar als veganist is het helemaal haast niet te doen. Hoe dan ook, de omelet was verrukkelijk. Zacht en smaakvol. De bijgeleverde salade ging ook schoon op, behalve dan de garnering van geraspte rode kool. Als toetje deelden we een fromage blanc aux myrtilles. Vrij vertaald zou dat kwark zijn, maar het is echt een ander product hier. We moesten vechten om het laatste hapje. En dat alles in die schitterende omgeving waar we maar geen genoeg van kregen. Wandelaars, bepakt met kleine en grote rugzakken kwamen af en aan, het kriebelde wel hoor.
Op een goed moment wilde ik naar de wc, die niet binnen maar buiten was. Deur nummer 3, zei het meisje aan wie ik het vroeg. Het was een ecologisch toilet, met zaagsel om alles wat erin viel af te dekken. We kenden het wel, het werkt uitstekend en je ruikt helemaal niets. Maar voor sommigen zal het wat vreemd overkomen.
| Zoekplaatje: waar is deur nummer 3? |
Bij het afrekenen vroegen we om een kurk, de helft van het bier was nog over. Dat was jammer, want dat was een geweldig product van een plaatselijke brouwerij. O ja hoor, ze hadden wel een kurk. Mooi! Na een tijdje ging ik maar eens vragen, want er kwam geen kurk. Bleken de twee serveersters niet alleen de bediening te doen, maar ook de rol van kok op zich genomen hadden. Het liep ze over de schoenen, en ja, dan schiet zo’n kurk er bij in. Maar niet getreurd, een van de twee grabbelde in wat afvalbakken en toverde een gebruikte wijnfleskurk tevoorschijn. Opgelost! Nou, niet helemaal, want hij paste niet. Er ging nog een prullenbak ondersteboven, en nog een, niks. Een mes is ook goed, zei ik (je bent Montessori-kind of je bent het niet). Ze keek een beetje verbaasd, maar ik kreeg een scherp mes en sneed er keurig een wél passende dop van. Zo, die fles kon rekenen op een fatsoenlijke behandeling in de koelbox straks.
We moesten dezelfde weg terug, en ook deze keer lukte het om zonder de zijspiegels van tegenliggers in de prak te rijden de grotere, beter begaanbare weg te bereiken. Een minuut of tien later riep ik opeens ‘Stop! We keren!’ Ik zag een aankondiging van Fromage de chèvre, te koop vlakbij de weg. Zo geroepen, zo gedaan, en we kwamen inderdaad bij een Fromagerie. Het zag er gesloten uit maar was volgens de informatie vanaf 14u open. Het was 15.30. We liepen er dus toch maar naar toe, en uit de krochten van een veranda kwam een dame tevoorschijn, puffend van het zweet. Ja hoor, ze waren open. Eenmaal binnen bleek het een ruime, goed gesorteerde winkel te zijn, met niet alleen vele soorten geitenkaas (die geiten hadden we op de heenweg al wel zien lopen, we vroegen ons al af wat ze ermee deden: dit dus. Melken en kaas maken) maar ook honing van eigen imkerij en allerlei hebbedingetjes zoals gehaakte eierwarmers. We zochten vier verschillende kaasjes uit, namen er van enkele twee, en omdat we toch bezig waren rekenden we ook een grote pot honing af van Tilleul (Linde) . Onze dag was al een succes, maar nu kon hij helemaal niet meer stuk. Het was namelijk het enige wat nog ontbrak aan ons God-in-Frankrijk-gevoel: verse geitenkaas. En dan komt het zomaar op je pad. Bij de tent, waar het aangenaam toeven was, was een van diezelfde kaasjes geen lang leven beschoren. Voor wie het niet wist: goede rosé en geitenkaas gaan verrassend goed samen.
| Een punt waar je kunt afspreken voor een lift |
Dit klinkt als vakantie zoals vakantie bedoeld is 👍
BeantwoordenVerwijderenVergeet ik alweer mijn naam 🫣. Esther dus.
BeantwoordenVerwijderenZolang je hem zelf nog maar weet, je naam 😄Dat is uiteindelijk het belangrijkste
VerwijderenHaha. Nou ja met de jaren kan dat zomaar gebeuren: eerst je pincode, dan je postcode en dan je naam 🙃
BeantwoordenVerwijderen